Samen met Karel Dasseville schreef ik het boek Ik was erbij, zijn biografie op basis van teksten van Karel en interviews door mij afgenomen. Karel maakte aquarellen bij herinneringen die ik selecteerde. Enkele fragmenten uit Ik was erbij uit het bijzondere oorlogsverhaal van Karel kan u hieronder lezen.

Karel en Pieter - 3

Na een lange treinreis komen we begin augustus aan in Antwerpen, na een zomer in Bretagne . De stad is veranderd door de oorlog. We worden door het Rode Kruis opgevangen en we krijgen voedselbonnen. Alle bekende winkels zijn leeg, het hamsteren heeft al toegeslagen, de werkelijke oorlogsjaren zijn begonnen. Toch komt ook het gewone leven stilaan terug op gang. De meeste vluchtelingen komen terug. Ons appartement in Berchem treffen we na onze vlucht in prima staat aan. In de villawijken is het soms anders gesteld. Er zijn geen bombardementen meer en scholen en kerken openen opnieuw hun deuren. Raymond en ik zijn na onze vlucht wat opstandig en zien de verdere studies in Sint-Stanislas niet meer zitten. Dan moeten ze maar een stiel leren, vindt onze strenge vader en hij schrijft ons in in de nijverheidsschool van de Londenstraat. In 1941 vinden we beide onze ware roeping. Raymond trekt naar de Hogere Zeevaartschool en ik begin aan de studie Bouwkunst en Stedenbouw aan de Antwerpse Academie. Het gebrek aan verwarming slaat al snel toe. In de Academie zijn alle ateliers en klaslokalen voorzien van grote stoven met kolen van het type le vrai Belge. Onze schooldirecteur is de Lierse schilder baron Opsomer. Ook hoge Duitse officieren volgen soms les bij de befaamde directeur. Soms durven enkele studenten hun banden plat steken.

acedemie 41-42 bouwkunst - ik 2e links naast bewaker

Klasfoto Academie ’41-’42 bouwkunst. Ik ben de tweede van links, naast de bewaker. Ik beklad mijn Duitsgezinde medestudenten elk met een hakenkruis. 

We lezen op de muren de dreigende verordnungen waarin de bezetters waarschuwen voor hulp aan het verzet of opsommen wie er zal worden gefusilleerd. Er zijn ook grote zwart-witte plakbrieven met voorschriften van onze eigen overheid over ravitaillering, luchtbescherming en Winterhulp. De avondklok wordt ingesteld. Mensen zitten elke opgesloten in hun donker huis. Er wordt dan ook veel gelezen. Lokale schrijvers, zoals Hubert Lampo, Gerard Walschap, Willem Elsschot en Lode Zielens zijn in trek. Het kaartspel en spelen zoals zeeslag zijn ook erg populair. Toch gaat de oorlog vrij oppervlakkig aan ons voorbij. Enkel de honger die ons de maag toeknijpt, omdat wij van de grootstad geen vrienden of familie op den buiten hebben waar we ons kunnen bevoorraden. Elke maand krijgt elke familie rantsoenzegels. Alle levensmiddelen zijn gerantsoeneerd. Overzeese producten zoals koffie, thee, chocolade en bananen zijn niet meer te verkrijgen, enkel soms op de zwarte markt.

(c) Karel Dasseville - aquarel rantsoeneringen wachtrij

De scheepsvaart op zee ligt volledig stil door het oorlogsgeweld, dus mijn vader is werkloos. Daarom wordt hij door het Ministerie van het Zeewezen aangesteld om rantsoeneringzegels te verdelen aan de Belgische binnenschippers die in het Antwerpse loodswezen wel mogen werken. De schippers hebben gelegenheid genoeg om aan voedsel te geraken en geven dikwijls zegels terug. Vader is te eerlijk en tot grote ergernis van de familie plakt hij ze dan terug op de formulieren. Vader krijgt van de gemeente Berchem een stuk grond van Het werk van den akker aan de Brilschans, waar hij aardappelen, groenten en fruit mag kweken. Elk stukje grond in de stad wordt benut als volkstuintje. Er wordt een beurtrol ingesteld om de gronden te bewaken tegen diefstal.

(c) Karel Dasseville - aquarel volkstuintjes

Toch gaat de oorlog vrij oppervlakkig aan ons voorbij. Enkel de honger die ons de maag toeknijpt, omdat wij van de grootstad geen vrienden of familie op den buiten hebben waar we ons kunnen bevoorraden. Elke maand krijgt elke familie rantsoenzegels. Alle levensmiddelen zijn gerantsoeneerd. Overzeese producten zoals koffie, thee, chocolade en bananen zijn niet meer te verkrijgen, enkel soms op de zwarte markt.

Gelukkig is er in de winter van 1942 de “wonderbaarlijke” haringvangst. Onder het oog van Duitse bewakingsschepen mogen onze vissers vlak voor het strand de ijle haring opscheppen. De haring is vrij te koop zonder zegels, maar je moet er wel lang voor in de rij staan.

(c) Karel Dasseville - aquarel haringvangst

Door het gebrek aan voedsel beginnen we te smokkelen. Enkel zo geraken we aan aardappelen, boter, eieren en vlees. Om beurten gaan wij met vader op stap naar de Vlaanders waar de woekerprijzen iets minder zijn dan in de stad. Vroeg in de ochtend nemen we de trein naar Brussel, waar we overstappen naar Gent om zo in Aarsele of Dentergem te geraken. Van daaruit gaan we verder te voet langs de tramsporen naar de boerderijen waar we worden opgewacht. We betalen met geld of waardevolle goederen. Zo zie ik bij een boer twee vleugelpiano’s staan. We dragen de goederen meestal op ons lichaam. Moeder heeft voor haar twee zonen een korset gemaakt in vast linnen met verticaal gestikte gleuven waarin met een trechter graankorrels gegoten worden. We moeten een brede mantel dragen zodat we er wat zwaarder uitzien De treinen zijn steeds overvol. De Duitsers zitten in een aparte wagon. De beroepsmokkelaars blijven zo dicht mogelijk bij de uitgangen en verpakken hun waren in jutte zakken die ze net voor de aankomst in Brussel uit de ramen smijten, waar het door kompanen wordt opgehaald.

(c) Karel Dasseville - aquarel smokkel met vader

Een van onze smokkeltochten vergeet ik nooit. We hebben de laatste trein naar Antwerpen gemist. Daar staan we in Aarsele. Het is al donker, het heeft licht gesneeuwd en het is bijzonder koud. Geen enkel lichtje te bespeuren door de verplichte verduistering. Mijn vader besluit het dorp in te trekken om overnachting te zoeken. Bij wonder zien wij op een hoek een huisje met een klein smal licht schijnsel en besluiten daar aan te bellen. Een vriendelijke oude dame doet open en laat ons binnen. De gezellige warmte en de reuk van gebakken spek komt ons tegemoet, de tafel staat gedekt en er worden al snel twee borden bijgezet. Samen met de zus van de gastvrouw, mogen we mee genieten van de weelde: spek met eieren, kaas, wit brood en echte koffie (geen Kneipp zoals thuis). Ondertussen vertelt vader verhalen over de scheepvaart en de oorlog ‘14-‘18, wat de twee oude dames in stemming brengt. Na enkele uurtjes worden we naar de slaapkamer op de eerste verdieping gebracht en slapen we vlug in. Als ik de volgende ochtend wakker word, laat ik mijn linkerhand opzij van het bed hangen en tast onder het bed. Tot mijn grote verwondering ontdek ik daar een schat van opgestapelde conserven blikjes. Dat in oorlogstijd! Na een stevig ontbijt en een leuke babbel nemen we dankbaar afscheid voor dit onverwachts warm onthaal. We krijgen nog een zak vol conserven blikjes mee. Bij onze thuiskomst is moeder zeer aangedaan, omdat ze dacht dat vader en zoon opgepakt waren door de Duitsers.

(c) Karel Dasseville - aquarel jodenrazzia

De razzia’s tegen de joden beginnen vanaf de zomer van 1942. Ik loop voor onze smokkeltochten in de Mercatorstraat richting het Centraal Station. In de Plantin en Mortuslei nr. 54 zie ik toevallig van op afstand op de hoek van de Mercatorstraat opgepakte joden vrij rustig en gelaten met pak en zak in een gesloten vrachtwagen klauteren. Het is merkwaardig dat de Antwerpse politie hierbij aanwezig is. Ik zie geen Duitse militairen of Feldgendarmerie. Later verneem ik dat de meesten zijn afgevoerd naar de Dossinkazerne in Mechelen.

(c) Karel Dasseville - aquarel oostfronters

Vader heeft zoals velen een landkaart van Europa en Afrika vastgeprikt waarop hij de krijgsverrichtingen op de vele fronten aanduidt. Wij zijn verzot op jazzmuziek, iets wat de Duitsers decadent vinden en strikt verbieden. Ik hou van de grote orkesten zoals Glenn Miller en Stan Kenton. De radio geeft ons hoop. We luisteren meestal naar Radio Londen met de stem van Jan Moedwil die ons op vrij gezwollen toon de ware toedracht van de oorlog meedeelt.

(c) Karel Dasseville - aquarel kaart

5 april 1943 is een prachtige zonnige dag. Met enkele medestudenten zit ik op het hoge platte dak van de Academie te genieten van het mooie weer. Tot plotseling de sirene van het luchtalarm loeit. Kort daarna horen wij een enorm geronk van vliegtuigen. In de blauwe heldere hemel zien wij een enorme vloot van Amerikaanse bommenwerpers met vier motoren vliegen.

(c) Karel Dasseville - aquarel bommenwerpers

Ik zie hoe de bommen vallen en een enorme rookwolk opstijgt. Ik denk meteen aan ons thuis op de Grote Steenweg in diezelfde richting. Angstig rij ik met de fiets van de Academie naar Berchem waar alles veilig is. Samen met een kennis ga ik verder naar Mortsel. Daar zie ik een geweldig inferno van vernieling, brand, instortingen en talrijke doden en gewonden, die overal zo maar liggen. Verdwaasde mensen zijn op zoek naar familieleden tussen de chaos. Onder de brug aan de grens met Berchem liggen dode mensen. Op het Gemeenteplein zie ik een uitgebrande tram met verkoolde inzittenden. Als student mag ik hulp bieden.

(c) Karel Dasseville - aquarel brug Mortsel 5april

Mijnheer Renier, een collega van mijn vader, woont in de Guido Gezellelaan en daar krijg ik mijn tweede opdracht. Hun huis is met enkele andere rijwoningen volledig vernield. De grootouders van Renier liggen onder het puin, platgedrukt in de kelder. We vinden ze dood terug na zeker een dag graven. Renier, die later mijn schoonvader zal worden, blijft dag en nacht in het puin zoeken naar een koekjesdoos, hun spaarpot met geld. Uiteindelijk vindt hij het. De familie verliest alles in deze ramp, hun enige bezit zijn de kleren die ze dragen. Ik help in Mortsel een viertal dagen. Met schop en truweel zoek ik naar begraven slachtoffers. Na enkele dagen begint het te regenen, wat ellendig is voor ons, ook al is het goed tegen het stof.

(c) Karel Dasseville - aquarel huis Renier

Pas op 2 september 1944 verschijnen de eerste geallieerde troepen in België via Doornik en Bergen. De volgende dag volgt Brussel en dan eindelijk op 4 september is Antwerpen aan de beurt. Intussen zijn de Duitsers bezig met een massale terugtocht. Alles dat rijdbaar is wordt aangeslagen. Een echte chaos, wat een verschil met het machtvertoon in mei 1940. Op de Grote Steenweg lopen de Duitsers tegen de gevels met hun geweren in aanslag. Niemand waagt het om zich te vertonen aan het venster, want je zou zo doodgeschoten worden. Een vrouw uit de buurt krijgt een kogel in het voorhoofd en is op slag dood.

(c) Karel Dasseville - aquarel terugtrekkende Duitsers

De Duitsers zijn nog niet vertrokken of er verschijnen al driekleurige vlaggen aan de gevels. In de stad barsten massale vreugdetaferelen los. Overal is er een massa volk op straat. De Duitse kazerne aan de Berchemse Poort wordt overrompeld door plunderaars met stootwagens, fiets en triporteurs. Allerlei meubilair wordt opgeladen. Er wordt soms zelfs gevochten. Ook ik waag mij in de heksenketel, maar neem slechts enkele Duitse boeken en een fotokader van Hitler mee. Als ik thuiskom, slaat moeder de kader in stukken. Tijdens de feesten is onze Academie ook massaal aanwezig. Wij vallen op met onze witte werkschorten en studentenpetten.

(c) Karel Dasseville - aquarel bevrijding

Ondertussen zijn er wraakacties tegen de echte of vermeende zwarten. Vrouwen worden kaalgeschoren en met zwarte pek voorzien van een hakenkruis. In de zoo zie ik wel honderden collaborateurs vastzitten in de leegstaande leeuwenkooien. Men spuwt en gooit met van alles naar hen. Hun eigendommen zijn het mikpunt van vernieling. Meubels worden op straat gesmeten en soms in brand gestoken. Na mijn zwerftochten tussen de bevrijdingsfeesten neem ik een frisse pint in café Het Pelgrimke over de brouwerij De Koninck. Er is een massa uitbundig volk aanwezig. In de hoek van het befaamd café zitten twee ongewapende Duitsers mee te vieren met de tooghangers. Het is het einde van hun harde soldatenleven.

(c) Karel Dasseville - aquarel plunderen na bevrijding

Maar de oorlog is nog niet voorbij. Ondanks de hulp van de geallieerden loopt de bevoorrading nog slechter dan voordien. Maar het ergste gevaar komt vanuit de lucht.

Vrijdag 13 oktober even na halftien hoor ik op het zuid een ontploffing die heel Antwerpen op zijn grondvesten doet daveren. Op de hoek van de Schildersstraat en de Karel Rogierstraat is de eerste vliegende bom neergekomen. Uit het puin worden 32 lijken bovengehaald. Als we dit horen, begeven we ons met de familie snel die richting uit, want de zuster van vader woont daar met haar twee dochtertjes. De ramen van haar appartement op de eerste verdieping liggen op straat en binnen zijn alle kamers zwaar beschadigd. Gelukkig is de familie buiten wat schrammen ongedeerd.

(c) Karel Dasseville - aquarel V-bom

Sinds die dag zien wij geregeld V1’s overvliegen. Soms worden ze afgeschoten door geallieerd geschut. Maar dan komen ook de V2-bommen. Die kan men niet horen of zien en vallen volledig onverwacht met enorme schade. Naarmate de bommenregen steeds genadelozer over de stad begint te woeden, verlaten meer en meer Antwerpenaars de stad. Ik ben getuige van de aanvallen op cinema Rex, de CMB op de Meir en op de hoek van de Teniersplaats. Het zijn verschrikkelijke beelden die ik niet vlug vergeten kan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s