In mijn boek Het elfde uur neem ik de lezers mee naar de West-Vlaamse gemeente Avelgem in de ochtend van 11 november 1918. Daar troepten om 7u50 geallieerde militairen bijeen om het bevrijdende nieuws over het handtekenen van de wapenstilstand te vernemen. Binnen iets meer dan drie uur zou de oorlog voorbij zijn. Maar ondertussen ging het sterven in het zwaar toegetakelde dorp door. ‘Avelgemnaars namen niet deel aan de vreugde’, stond er in een parochieverslag over de wapenstilstandsdag. ‘Ze waren in rouw gebleven. De tijd zou stilletjesaan de droefheid verzachten.’ Het grootste deel van het kapotgeschoten Avelgem was verlaten. Honderden burgers lagen in een van de vele noodhospitalen in Kortrijk. De tienjarige Florent Pycke stierf die dag nog, net als zijn drie jaar oudere broer Jules; Marie Batteu, amper enkele dagen oud, zou op 26 december 1918 overlijden; de achtjarige Germaine Daeye vocht op 11 november 1918 nog voor haar leven, maar bezweek de volgende dag; hetzelfde lot onderging de zestienjarige Firmin Vancaemelbeke; de zesjarige Simonne Gabriels, wiens jongere zusje en oudere broertje begin november waren gestorven, zou het uithouden tot 20 november; dertiger Zulma Passchier blies op 11 november 1918 haar laatste adem uit, bijna heel haar familie – onder wie vier kinderen – was twee weken eerder in het huis op de hoek van de Leopoldstraat en het Kerkplein in Avelgem omgekomen. Wat was er gebeurd? Dat lees je hieronder in een van de meest vergeten geschiedenissen van WO1.

Wat er zich exact honderd jaar geleden  afspeelde in Avelgem is een van de vergeten oorlogsmisdaden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het begon in de avond van 26 oktober 1918 met Duitse beschietingen van het Avelgemse dorpscentrum. De inwoners hadden het geallieerde bevrijdingsoffensief van dichtbij meegemaakt en er waren al vele burgerslachtoffers gevallen. Even de grootste ellende leek achter de rug. De streek had de Britse, Amerikaanse en Franse bevrijders feestelijk ontvangen. Maar toen begonnen de Duitse granaatbeschietingen. Als een laatste wraak vuurden de Duitsers talloze gasgranaten in de richting van de net bevrijde dorpen. Ze wilden de geallieerden troepen die richting het front oprukten treffen, maar wisten maar al te goed dat hun granaten en gifgas ook burgers zouden treffen.

Vele Avelgemnaren hadden zich die avond angstwekkend verscholen in hun kelders. Maar daardoor konden zij nergens heen toen een mengeling van waarschijnlijk traangas en mosterdgas de keldergaten doordrong. Dat tweede gas was een van de gruwelijkste wapens. De bijtende nevel veroorzaakte vreselijke blaren. Bij contact met de ogen of oren trad blindheid of doofheid op. Bij inademing van het gas stikten de slachtoffers langzaam. Op 27 oktober volgden nog zwaardere Duitse beschietingen met gasgranaten op Avelgem. De getuigenissen waren hallucinant. Ze zagen hoe een groengele wolk ‘met een nare stank’ laag boven de grond dreef en langzaam zijn weg door de straten vond. De paniek was immens.  De Britse militairen deelden nog haastig gasmaskers uit, maar de meeste burgers zaten opnieuw in de kelders. In de grote kelder van de brouwerij in de Leopoldstraat zaten 54 mensen op elkaar gepropt. Ze stikten bijna allemaal. De burgemeester overleefde, maar zijn vijf kinderen tussen de drie en acht jaar waren dood. Wie door de straten rende naar hoger gelegen gebied zag rondom hoe ouders met ‘kleine kinderen aan de arm, hun hoofdjes in een deken gehuld’ de gaswolk tevergeefs probeerden door te dringen. De Britse militairen deden wat ze konden. Ze raadden af te drinken, ondanks de typerende dorst na in aanraking te zijn gekomen met het gas, want ook het water was vergiftigd. Braken moesten ze doen, en sommigen overleden omdat het hen niet lukte. De burgers moesten in allerijl geëvacueerd worden richting Kortrijk. Ze mochten niets meenemen, zelfs niet aanraken, want het kleine contact met het vergif was dodelijk. Een jonge moeder wilde de mensen in de brouwerij niet achterlaten ‘want ze kon ze daar toch niet zomaar laten liggen’ en stierf door de kelder te betreden. In de Kerkstraat en de Doornikstraat was de situatie al even hels.

Aline Schamelhout maakte het mee: ‘Met ons karretje, dat mijn man gemaakt had van twee velowielen. En de bommen vielen al, maar er was niemand die wist dat het gas was! De kogels… onze spullen stonden in de voorplaats van het huis en wij zaten in de kelder, die aan de achterkant gelegen was. We moesten door de keuken naar de voorplaats en de kogels kwamen dwars door de muur. Ge hoorde ze zoeven langs uw oren… Op de vlucht ging ik naar een pomp om water te pakken en er kwam een hele colonne Engelsen toe. Ik moest stoppen: “gas, gas, gas”, zeiden ze en deden teken dat we geen water mochten drinken! Ze brachten ons naar de keuken en gaven ons allen een hele tas zuivere vette soep.’ (Inferno, 88)

De Britse militairen probeerden zo veel mogelijk overlevenden in vrachtwagens, karren en kruiwagens weg te brengen naar Kortrijk. In geen tijd lagen het militair hospitaal in het fort en het bejaardentehuis van Sint-Jozef vol. Van overal kwamen familieleden zoeken naar hun dierbaren. Ze riepen door elkaar in de grote ziekenzalen de namen van familieleden, want velen lagen onherkenbaar verminkt met opengesperde mond en opgezwollen aangezicht te reutelen in hun bed. 

De hulpverleners die op risico van eigen leven naar de getroffen gebieden trokken, vonden hele gezinnen met vaak jonge kinderen dood terug in hun kelder. Apotheker Daniël Vermandere uit de Leopoldstraat was tegen ieders advies teruggekeerd naar zijn Avelgem. ‘Ik laat hen niet in de steek’, zei hij. Op 7 november bezweek hij aan de gas waaraan hij was blootgesteld tijdens zijn hulpactie. Een bevriende dokter stond huilend aan zijn open graf: ‘Hij nam een klontje aarde en strooide dit op de kist. Hoofdschuddend mompelde hij: “Om zo’n daad moet ge Vermandere zijn. Hij gaf zijn liefde en ontving zijn dood.”’ Na 27 oktober waren er nog meer aanvallen geweest. In de deelgemeente Rugge stierven twintig burgers en ook de mensen uit Tiegem kregen het zwaar te verduren. De gas, maar ook de andere bommen en granaten, bleven de streek teisteren tot de bevrijding van Oudenaarde op 2 november. 

In Kortrijk zouden er 52 Avelgemnaren onmiddellijk na de aanvallen gestorven zijn, nog 46 anderen in de weken daarna. Tussen de 185 en 210 slachtoffers van de gasaanvallen op Avelgem, Tiegem, Otegem, Heestert, Anzegem, Vichte en Ingooigem stierven in Kortrijkse hospitalen. Pas maanden later zou het tellen van de doden stoppen. Toen de overlevenden in Avelgem een oorlogsmonument inhuldigden, stond daarin het aantal 273 gebeiteld. Omdat er veel vluchtelingen onder de slachtoffers waren, ook andere gemeentes waren getroffen en tientallen in de weken na de gasaanval waren bezweken, is het exacte aantal nooit bepaald. Bovendien waren er ook vele slachtoffers door andere artillerie- en luchtbombardementen. Honderd jaar later zijn lokale onderzoekers nog steeds bezig met het achterhalen van de juiste feiten. Min of meer 267 namen zijn reeds zeker. Bij de 223 waarvan de leeftijd bekend is, waren 79 minderjarigen. Daarbij waren er 47 onder de tien jaar, 20% van het totaal.

Hoewel het niet altijd even duidelijk welke invloed de griep had op het sterven, lijkt een realistische schatting van het totaal aantal slachtoffers van alle Duitse gasaanvallen in de Leie- en Scheldestreek minstens 490. Nog een veel hoger aantal mensen uit de streek kwam om door het spervuur van zowel Duitse als geallieerde artillerie en luchtaanvallen. In totaal schat men minstens 972 burgerslachtoffers tussen 26 oktober en 15 november 1918.

Duitse gasaanvallen op Belgische burgers in 1918

17-18 oktober 1918: Hulste, 31 doden (heel wat info op deze website)

17 oktober 1918: Meulebeke, 19 doden

22 oktober 1918: Otegem, 59 doden (niet helemaal bekend)

26 oktober 1918: Tiegem, 8 doden (elders sprake van tussen de 40-50)

26-27 oktober 1918: Avelgem, 273 doden

daarnaast is er spraken van 60 doden in Machelen, 20 in Kortrijk, 10 in Heerstert, 10 in Anzegem en 9 in Ingooigem

In mijn boek Oorlogsdagen getuigen enkele dagboekschrijvers over de gasaanvallen. Hieronder laat ik er twee aan het woord.

Gustave Vuylsteke, Meulebeke, 17 oktober 1918: “Stukken van granaten vliegen rond op onze koer en op het huis. De rui- ten vallen in stukken op de grond en mensen die een goede kelder hebben, blijven erin. Wij hebben geen goede, dus kruipen wij in een voorkamer. De ene legt zich op de grond achter het bed en de andere op de grond achter een kast. Rond 12 uur begint het naar gas te rieken en ze roepen dat de Duitsers met gasbommen schieten. Deze die een gasmasker hebben, doen hem voor het gezicht, anderen lopen naar de zolders of doppen een neusdoek in koud water en houden het voor de mond, neus en ogen. Die slechte gasgeur dringt in onze keel en neus dat wij bijna geen adem meer hebben.”

Stijn Streuvels, Ingooigem, 26 oktober 1918: “De vluchtelingen vertrekken. Vier kinderen – hun vader ligt dood te Otegem – en hun moeder hier dood in de hal – dompelende wezen – De lucht is nog vol schroot en vuur – als ziedend water ruist het – vervelend nietsdoen en afwachten in de kelder.” “Inval van Engelsen met gevelde bajonet. Een half uur tevoren hadden we nog een Duitse soldaat op de trappen van de kelder. Stikgas, soldaten met gasmaskers, die er uitzien als baarlijke duivels. Uittocht op bevel, de vlucht door het vernielde dorp, met brand over de hele streek, het onbekende in. Het jongste meisje op de arm van een Engelse soldaat. Midden een hels trommelvuur over de baan, aankomst te Deerlijk. Toevlucht in een stukgeschoten huis. Een akelige nacht in angst.”

 

© Pieter Serrien – fragment uit: SERRIEN, Pieter, Het elfde uur. 11 november 1918. De gewelddadige laatste dag van de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen: Horizon, 2018, 165-167.

Bibliografie

BYLS, Lieven, DECRU, Michel en VAN BRANTEGHEM, Carlos, Het inferno van het eindoffensief. Avelgem en de Eerste Wereldoorlog, Avelgem: VZW Geschied- en Oudheidskundige Kring van Avelgem, 2008.

DECRU, Michel, Avelgem in het Eindoffensief. De gebeurtenissen in oktober-november 1918 tussen de Leie en de Schelde. De bevrijding van Avelgem door het 20ste Bn. DLI, Avelgem, uitgegeven in eigen beheer, 2010.

Namenlijst van In Flanders Fields.

Website van gemeente Avelgem over WO1.

Over de Duitse represailles op Belgische burgers in 1914 schreef ik dit stuk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s