Als inleiding voor mijn boek Het elfde uur schreef ik drie stukken als inleiding op de geschiedenis van de laatste 24 uur van de Eerste Wereldoorlog. Nu publiceer ik ze ook op mijn website. Het eerste stuk handelt over de Spaanse griep. Voor de bibliografie en verdere geschiedenis verwijs ik naar het boek.

© Pieter Serrien – indien gebruik, graag correcte vermelding: SERRIEN, Pieter, Het elfde uur. 11 november 1918. De gewelddadige laatste dag van de Eerste Wereldoorlog, Horizon, 2018, 20-28.

 

De Spaanse griep – De elfde ziekte

Opvang van grieppatiënten in Kamp Funston.

Het was waarschijnlijk op die historische 11 november 1918 dat er in Parijs een document werd opgesteld dat tientallen jaren later duidelijkheid over de grieppandemie zou scheppen: Nota handelend over de influenza in het leger van april tot 10 november 1918. Dankzij enkele zinnen in deze nota konden historici achterhalen hoe die influenza vermoedelijk in Europa terechtgekomen was. Dat de uitbraak niets met het neutrale Spanje te maken had, wist men al langer. Het feit dat een Madrileense krant als eerste gewag maakte over ‘een geheimzinnige ziekte’, was reden genoeg geweest om haar Spaans te noemen. Toch deden er ook andere namen de ronde, zoals ‘Russische bliksemzinking’ in Nederland en ‘Vlaamse koorts’ bij de Duitsers aan het front. In Zuid-Limburg was de benaming ‘Italiaanse influenza’ gangbaar, omdat ‘ze van Italië overkwam als een werkelijke plaag’, hoewel er ook wat racistische stigmatisering mee gemoeid was. Onder Franse legerartsen circuleerde la maladie onze, de elfde ziekte, een vage benaming om de patiënten niet te veel angst in te boezemen.

Op 17 juli 1918 kopten twee Brusselse kranten met de ‘grippe chinoise’ die uitbrak in Lyon. Zij waren misschien dichter bij de ware oorsprong, aangezien vandaag de dag een van de hypotheses stelt dat de griep afkomstig was uit China. Vele onderzoekers doen die bewering echter af als Duitse propaganda, die de honderdduizenden Chinese geallieerde hulptroepen zwart wilde maken. Net als de nota van 10 november leggen zij de oorsprong in de Verenigde Staten, meer bepaald in het legerkamp Funston in Kansas. Daar zou een legerkok zich met een pijnlijke keel, hoofdpijn en koorts hebben gemeld in de ochtend van 4 maart 1918, en tegen de middag bleken er al meer dan honderd andere ziektegevallen te zijn. Van daaruit verspreidde de ziekte zich in amper enkele weken over Noord-Amerika. Via de troepentransporten – voornamelijk tussen New York en Brest – landde de pandemie in Europa, waar ze door de oorlog makkelijk verspreidde. Een derde hypothese stelt dat de Spaanse griep bij het Franse front ontstond, meer bepaald in de buurt van Etaples.

In de lente van 1918 was de wereld erg kwetsbaar voor een pandemie. Europa was verwoest. De loopgraven in de Westhoek, aan de Somme en Verdun, vormden de ideale broeihaarden voor epidemieën. De Belgische en Franse bevolking was na de strenge winter van 1917 en de steeds zwaardere Duitse opeisingen uitgeput. Duitsland zelf stond op economisch vlak op instorten. In Rusland kwam er misschien wel vrede, maar een bloedige burgeroorlog zou volgen. In kolonies zoals Brits Indië, Frans Afrika en Belgisch Congo had de oorlog de politieke en sociale structuren aan het wankelen gebracht. Er heerste chaos, waardoor een uitbraak moeilijk te detecteren en al helemaal niet te bestrijden viel. Overal ter wereld, of er nu gestreden werd of niet, kon een ziekte zich makkelijk verspreiden onder vluchtelingen, dwangarbeiders, krijgsgevangenen, optrekkende en teruggedreven militairen.

De eerste ongewone uitbraak in Europa werd begin april 1918 gemeld in Brest. In korte tijd werd de Bretonse havenstad bijgevolg lamgelegd. Van daaruit verspreidde de griep zich desalniettemin in concentrische cirkels over het continent. De eerste Amerikaanse en Franse legerkampen werden getroffen op 10 april, enkele dagen later gevolgd door de Britse en Belgische. Vanuit de militaire centra kon de griep zich makkelijk verspreiden onder bevolking. Parijs kwam eind april aan de beurt, terwijl de ziekte zich tot in Italië verspreidde. Nadat de griep in mei in Spanje haar naam oppikte, verspreidde ze zich verder naar Portugal en Griekenland. Op het einde van de maand werden gevallen gemeld in Bombay en Shanghai, waarna de ziekte zich in Indië en China manifesteerde. Ook aan de kusten van Afrika doken de eerste gevallen op. Japan en de andere Aziatische landen volgden snel. In de zomer was er sprake van een wereldwijde pandemie. Eind juni vielen de Engelsen en Duitsers ten prooi aan het griepmonster en in juli bereikte de ziekte Scandinavië, Zwitserland en bezet België. In augustus ging de griep de dodendraad over en verspreidde zich over het neutrale Nederland.

Aanvankelijk baarde de pandemie weinig zorgen. Voorlopig was de griep even dodelijk als de vele andere ziektes die rondwaarden in legerkampen, ziekenhuizen en vluchtelingencentra. Deze griepuitbraak was erg agressief, maar bleek in de meeste gevallen niet dodelijk te zijn. Toch doken er al ernstiger gevallen op. Zo werden eind mei in een Frans legerkamp 688 van de 1018 rekruten zo ziek dat ze gehospitaliseerd moesten worden. Van hen overleden er 49. Dat drama had een flinke waarschuwing moeten geweest zijn: bijna 70 procent van een groep werd getroffen door de ziekte en net geen 5 procent ervan overleed eraan. Toch volgde er geen grootschalige reactie. Geen quarantaines werden ingesteld, geen voorlopige wapenstilstand werd afgekondigd. Er was zelfs amper sprake van wetenschappelijke uitwisseling. De Spaanse griep zou dan ook nog heel wat meer slachtoffers maken in de periode die volgde.

De ziekte ondermijnde in de eerste plaatse de inzet van troepen. Voor beide strijdende partijen kwam de pandemie hoogst ongelegen. De Duitsers waren net begonnen aan hun ultieme aanval – onder de naam Lenteoffensie – toen ze 900.000 zieke troepen moesten missen. Tijdens het voorjaar zou bovendien driekwart van de Franse en de helft van de Britse fronttroepen de griep hebben gekregen. Het 2de Britse leger meldde: ‘Tegen eind mei verscheen de ziekte met groot geweld… Het aantal getroffenen was erg hoog… In 48 uur tijd viel een derde van een artilleriebrigade ziek uit en in de munitiebrigade waren in één dag tijd nog amper 15 van de 145 mannen beschikbaar.’ Ook aan Duitse zijde zorgden de massale uitbraken voor kopzorgen onder de bevelhebbers. Erich Ludendorff weet achteraf zelfs het Duitse verlies aan onder meer de griep: ‘Het was een ernstige zaak om elke morgen van de stafchefs te vernemen hoe verzwakt de troepen waren en hoeveel gevallen van influenza er waren geteld.’ Terwijl tussen 1 juni en 1 augustus meer dan 10 procent van de 2 miljoen Britse militairen in Frankrijk ziek in bed lagen, verklaarde het opperbevel op 10 augustus dat de epidemie voorbij was.

Maar het virus verdween niet. Het hield zich enkel koest, om in de nazomer in een dodelijker vorm eens zo hard toe te slaan. Net zoals vele andere epidemieën verspreidde de Spaanse griep zich in golven. De eerste golf evolueerde tussen maart en augustus 1918 tot een pandemie. In september flakkerde het virus weer op. Waarom deze vorm van influenza tijdens de tweede golf zo dodelijk was, beheerst nog steeds de debatten onder historici en medici. Een eerste logische verklaring is dat het zou gaan om een ander griepvirus. Die hypothese is onwaarschijnlijk omdat mensen die ziek werden tijdens de eerste golf, vaak resistent bleven tijdens de tweede. Een tweede theorie stelt dat het eerste griepvirus in Europa tegelijkertijd toesloeg met een ander virus. De twee virussen infecteerden dezelfde menselijke cellen, waarna hun genen zich verenigden en zo evolueerden naar een dodelijker virus. De meeste wetenschappers geloven echter een derde stelling: het enige echte virus muteerde.

De eerste uitbraken van de tweede golf deden zich bijna simultaan voor in drie wereldhavens: Freetown in Sierra Leone, Brest in Frankrijk en Boston in de Verenigde Staten. Bijna ongeremd kon de ziekte zich zo over de wereld verspreiden. Binnen enkele weken stierf 3 procent van de Afrikaanse bevolking in Sierra Leone. Op 8 september trof de griep enkele militairen in Fort Devens, zo’n 45 kilometer van Boston, en dat terwijl de ziekte al sinds het begin van de zomer praktisch verdwenen was in de Verenigde Staten. Kamparts Roy Grits schreef op 29 september: ‘Deze mannen leken aanvankelijk te lijden aan een gewone aanval van La Grippe, maar wanneer ze naar het hospitaal gebracht werden, ontwikkelden ze de gemeenste longontsteking die ik ooit zag. Twee uur na opname hadden ze al roodbruine vlekken op hun jukbeenderen en een paar uur later zag je al hoe de blauwzucht zich vanaf de oren over het hele gezicht verspreidde, totdat je de kleurling nauwelijks nog kon onderscheiden van de blanke. De dood liet dan nog slechts een paar uur op zich wachten en die tijd werd gevuld met een gevecht om een paar happen lucht, totdat ze stikten. Vreselijk was het. Een, twee of twintig stervende mannen kon ik nog wel aan, maar wanneer die arme zieken achter elkaar doodgingen, werkte dat op je zenuwen. We hadden gemiddeld honderd doden per dag. Bij alle patiënten bij wie zich pneumonie ontwikkelde, volgde de dood. Er werden speciale treinen ingezet om de doden af te voeren. Na enkele dagen hadden we geen kisten meer en werden de lichamen opgestapeld. In het lijkenhuis keken we naar de jongens die in lange rijen werden neergelegd: een veel erger schouwspel dan dan wat sommigen hadden gezien op de slagvelden in Frankrijk.’

Eind september waren er al minstens 12.000 griepdoden geteld in de Verenigde Staten, de week daarop stierven meer dan 6100 Amerikaanse militairen. In de week van 23 tot 30 oktober stierven er zeker nog 21.000 Amerikanen aan diezelfde ziekte. In november waren meestal enkel massabegrafenissen mogelijk. In één maand lieten alleen in Philadelphia 11.000 griepslachtoffers het leven, en in New York zelfs 9000 in twee weken. Een New Yorkse arts verklaarde: ‘Ze zijn zo blauw als bosbessen en spuwen bloed.’ Tijd om te begraven was er zelfs niet meer. Op het kerkhof van Queens lagen 2000 lijken opgestapeld te wachten op een teraardebestelling.

De dodelijkheid van het griepvirus was vooral te wijten aan de ademhalingsproblemen, door een infectie – niet zelden een bacteriële – op de longen. Na verloop van tijd verschenen er door verstikking de typerende bruinrode of blauwe vlekken. Hoe donkerder die kleurden, hoe nabijer de dood. Op 8 november zag de door de oorlog verminkte Franse schrijver en dichter Blaise Cendrars in Parijs zijn collega Guillaume Apollinaire, die samen met zijn vrouw ziek in bed lag: ‘Hij lag op zijn rug en was helemaal zwart.’ De volgende dag overleed de bekende surrealist. Zijn treurende broer beschreef hoe naast zijn zwarte gezicht en handen ook zijn borstkas helemaal opgezwollen was: ‘Het lichaam begon snel te bederven en de borst richtte zich letterlijk op.’ Het deksel van zijn doodskist moest met kracht worden dichtgemaakt. Daarvoor was er nog een autopsie uitgevoerd: zijn longen zaten vol rozige schuim. Hij was net zoals vele andere griepdoden verdronken in zijn eigen bloed.

Kunstenaar Egon Schiele op zijn sterfbed.

De ziekte was allesverwoestend. Besmetting gebeurde via speeksel, het kleinste contact was al genoeg. Dicht op elkaar in de loopgraven, op troepentransportschepen, in vluchtelingenkampen – het virus kon zich geen betere omstandigheden bedenken. Mensen kregen zonder enige waarschuwing een bloedneus of hoesten bloed op, en dan was het al te laat. Dat was het akeligste, dat men van het ene op het andere moment ziek werd. Patiënten die zich ’s morgens aanmeldden, waren soms ’s avonds al dood. Voor andere slachtoffers, bij wie longcomplicaties optraden, volgde een pijnlijke, lange doodstrijd. Voor de verplegers en dokters was het verzorgen van de grieppatiënten vreselijk zwaar. Niet alleen werden zij zelf snel ziek, maar de omstandigheden in de overvolle ziekenhuizen waren onleefbaar. De griep stonk. Sommigen vergeleken de geur met die van beschimmeld stro. Een zuster vertelde: ‘Ik heb daarvoor noch daarna ooit zoiets geroken. Het was afschuwelijk. Er zat vergif in dat virus.’

Gemiddeld tien dagen, soms langer dan twee weken na de eerste ziekteverschijnselen werd een grote groep genezen patiënten plotseling weer doodziek. Meestal had het griepvirus het immuunsysteem van de longen vernietigd, waardoor nieuwe – ook bacteriële – infecties optraden. Zo kon de verstikking verklaard worden, waardoor sommige patiënten zelfs zwart uitsloegen. Maar dat was niet het enige gruwelijke symptoom. Bij de zwaar zieken trad een vreselijk aftakelingsproces op, waarbij de tanden en haren uitvielen. Sommige hadden last van duizeligheid, slapeloosheid en verminderde zintuigen. De griep deed overal in het lichaam ontstekingen ontstaan, niet alleen in de longen. Sommige zieken zakten zo ver weg dat ze waanvoorstellingen kregen. ‘Ze werden heel opgewonden en geagiteerd’, noteerde een Berlijnse arts. ‘Ze moesten aan het bed worden vastgebonden om te voorkomen dat ze zichzelf iets zouden aandoen, zo wild lagen ze te woelen.’ Dat gebeurde bij sommige patiënten tijdens koortsaanvallen, bij anderen net wanneer de koorts zakte. Zelfmoord was een dagelijkse praktijk: grieppatiënten die tijdens een delirium uit het raam sprongen, maar ook zieken die de ellende wilden beëindigen. Een recent onderzoek stelt pijnlijk: ‘Kinderen stierven ook onder tragische omstandigheden, maar waar volwassenen “sprongen”, “vielen” kinderen.’ Toch waren er ook patiënten die zonder enig symptoom te vertonen meteen hun laatste adem uitbliezen.

Het dodelijkst was de griep onder twintigers en dertigers, net de leeftijdsgroep die in de loopgraven en werkkampen al massaal werd uitgeroeid. De belangrijkste verklaring voor hun kwetsbaarheid was het feit dat ze in hun leven nog geen eerdere griepepidemie hadden meegemaakt. Het virus trof dan ook vooral de generatie geboren na 1889, het jaar van de vorige wereldwijde epidemie. Een andere verklaring was een al te heftige reactie van het immuunsysteem, waardoor het jonge lichaam ten onderging aan zijn eigen verdedigingsmechanisme.

Nergens ter wereld was je veilig. In Frankfurt bezweek 27,3 procent van de met griep gehospitaliseerden. In Parijs schatte men dat 10 procent van de influenzapatiënten en 50 procent van degenen die longcomplicaties kregen, overleed. In heel Frankrijk lopen de schattingen op tot 250.000 burgers en 25.000 militairen. In de Verenigde Staten werd naar schatting een kwart van de bevolking ziek en stierven zeker 600.000 mensen aan griepsymptomen. In Engeland zou een kwart miljoen grieppatiënten de dood gevonden hebben. Over China bestaat er enkel giswerk, maar ook daar vielen zeker miljoenen doden. In het revolutionaire Rusland telde men er 2,7 miljoen en in het grotendeels door de Britten gecontroleerde India misschien zelfs 17 miljoen. Vreemd genoeg waren juist de meest afgelegen gebieden kwetsbaarder. Op het eiland Guam arriveerde op 26 oktober 1918 een Amerikaans schip. In de weken daarna stierf bijna 5 procent van de inheemse bevolking. Op de eilanden Tahiti en Samoa zouden respectievelijk 13 en 22 procent overleden zijn. In Bristol Bay in Alaska was de tol het hoogst: 40 procent bezweek aan de Tuqunarpak, zoals de inheemsen het ‘groot dodelijk tijdperk’ noemden.

Ook in Lage Landen waren er allerlei onheilspellende berichten. De NRC schreef al op 22 augustus over een Rotterdamse politieagent wiens ‘lichaam enkele uren na het intreden van de dood geheel zwart was’. Toch leek ook in Nederland de griep te verdwijnen. Pas begin oktober kwam de tweede golf. In totaal telde men tussen de 17.500 en 31.000 Nederlandse griepdoden. In dezelfde periode sloeg in België de griep waarschijnlijk nog harder toe, al bestaan er geen officiële slachtofferaantallen. In landen waar de oorlog niet rechtstreeks toesloeg, zoals de Verenigde Staten en Nederland, kwam naar schatting 0,7 procent van de bevolking om door de griep. Passen we dit toe op België, komen we aan 51.800. Dat aantal ligt veel hoger dan schattingen van 30.000 die weleens de ronde doen. Aangezien de Belgen er vier zware jaren op hadden zitten, zou het aantal nog veel hoger kunnen liggen.

Griepdoden in 1918-1920 per continent

Continent Laagste schatting Hoogste schatting
Europa 2.300.000 2.640.000
Noord- en Zuid-Amerika 1.540.000 1.732.000
Azië 26.000.000 36.000.000
Afrika 2.375.000 2.423.000
Oceanië 85.000
Totaal 30.914.000 42.880.000

De hoogste schattingen van het totale aantal griepdoden wereldwijd lopen op tot 40 of zelfs 50 miljoen, maar sommigen denken dat het werkelijke aantal dubbel zo hoog zou kunnen zijn. Vooral in Azië – waar veruit de meeste slachtoffers vielen – zou 36 miljoen doden een zware onderschatting zijn. Er waren in 1918 ongeveer 1,8 miljard mensen wereldwijd, wat betekende dat in twee jaar, en vooral in de twaalf weken van de herfst van 1918, meer dan 2,5 procent van de wereldbevolking bezweek aan de griep.

De Spaanse griep ontketende de grootste demografische ramp ooit, zo klinkt het toch in de meeste studies. In totale aantallen klopt het dat de ziekte meer slachtoffers maakte dan de befaamde Zwarte Dood uit de veertiende eeuw. Maar ze was niet dodelijker. De pest doodde naar schatting een derde van de Europese bevolking, terwijl de griep in 1918 iets meer dan 1 procent van het continent dodelijk trof. De grootste impact had de ziekte – zoals hierboven gesteld – buiten Europa. Dus ook de andere populaire stelling, dat de Spaanse griep dodelijker was dan de Eerste Wereldoorlog, is weinig genuanceerd. Voor de Europese landen gaat de vergelijking tussen naar schatting 17 miljoen oorlogsdoden – van wie 9 miljoen militairen – en 2,6 miljoen griepdoden niet op. Tot we dezelfde nuance als bij de Amerikanen maken. Van de naar schatting 116.000 Amerikaanse gesneuvelden stierf nog niet de helft aan het front. De meesten bezweken in een ziekenhuisbed, veruit het vaakst aan de griep. Dan rijst de vraag hoeveel van de Europese gesneuvelde militairen aan influenza overleden?

Over de invloed van de Spaanse griep op het oorlogseinde bestaat al evenveel discussie als over de dodelijkheid ervan. Feit is dat grote delen van de geallieerde en van de centrale troepen ziek werden. Dat zorgde ervoor dat zowel de Duitse opmars tijdens het Lenteoffensief, als de geallieerde tijdens hun bevrijdingsoffensief stokte. Hoewel de Duitsers niet opvallend gevoeliger waren voor de griep, was de pandemie voor hen wel schadelijker. In het najaar van 1918 was de situatie aan het Duitse front zo labiel dat de griep ervoor zorgde dat de hele oorlogsorganisatie ontwricht raakte. De geallieerden kregen versterking van de Amerikanen. Zij brachten hoogstwaarschijnlijk de griep naar het oude continent, maar de totale geallieerde strijdmachten konden met hun grote overwicht de vele zieken en doden beter compenseren. Kortom, de Duitsers verloren net toen ze in de minderheid waren aan het front tienduizenden manschappen om in te zetten. En dat terwijl de economische situatie in het moederland een verraderlijke cocktail vormde met de griep.

Het kan dus zijn dat de Spaanse griep meer invloed heeft gehad dan vaak wordt gedacht. Alleen al de protagonisten in deze geschiedenis ondervonden de gevolgen van de influenzapandemie. De Amerikaanse president Woodrow Wilson, de Duitse keizer Wilhelm II, de Britse premier Lloyd George, de Amerikaanse opperbevelhebber John Pershing en de Duitse rijkskanselier Max von Baden overleefden allen de griep. Maar los van alle politieke en militaire invloed die de pandemie had, betekende de wapenstilstand misschien wel het begin van het einde voor de makkelijke verspreiding van de griep. Hoewel dat in 1919 tijdens de derde vlaag nog niet zou blijken. Maar dat zou weleens aan de vele thuiskomers gelegen kunnen hebben.