Ik bel naar Irène. Met een stille stem neemt de 83-jarige getuige van het bombardement op. ‘Of ze Lisa nog kent?’ vraag ik haar. ‘Ja, dat is een heel speciaal meisje’, antwoordt Irène vol lof, ‘Ze had net als ik een bijzondere voeling voor muziek.’ Lisa is een leerling van het Koninklijk Atheneum in Mortsel dat het afgelopen half jaar de opdracht kreeg om Irène te interviewen. De twee hadden elkaar nog nooit gezien en hun gesprek liet een diepe indruk na, bij allebei. Aan de telefoon vervolgt Irène met zachte stem: ‘Lisa heeft voeling met het stellen van haar grenzen, zelfs met haar weinig levenservaring. Haar ouders mogen fier zijn op zo’n dochter. Ze toonde heel veel respect en had precies al ervaring met interviews.’ Ze hoopt dat Lisa ook komt naar de herdenking van dit jaar. ‘Ik heb er van genoten. Tot en met. Dat op mijn leeftijd nog te mogen meemaken met zo iemand jong… dat had ik nooit gedacht. Dit geeft mij heel veel positieve energie.’

Irène zat in het tweede middelbaar van de Sint-Vincentiusschool toen op 5 april 1943 het bombardement losbarstte. Na enkele seconden stilte, antwoordt ze op de eerste vraag van Lisa: ‘Wij zaten allemaal in de klas en euh… ge hoort dat wel, maar ge hebt natuurlijk geen besef.’ ‘Nee… van wat er gebeurt?’ vraagt Lisa. ‘Ja, van wat op komst is, hé. En dan was er direct wel paniek en dan… zijn er veel buiten gelopen.’ Lisa vraagt of ze hadden geoefend op een evacuatie bij een luchtaanval. Amper hoorbaar zegt Irène: ‘Nee… dat is nooit geoefend geweest.’ Lisa: ‘Dus dat was écht totale paniek?’ Stilletjes antwoordt Irène: ‘Ja, totale paniek… De buitenlopende kinderen zijn door de luchtdruk geraakt… en die lagen allemaal op de koer. Dat waren er veel, zenne. En die leken niets te mankeren. Dat was verschrikkelijk!’ Op de koer werd de klas van Irène getroffen door een Amerikaanse bom, die de helft van de school in een grote bomkrater veranderde.

‘Als ik in die put lag – en daar heb ik problemen mee gehad – dacht ik van “waar ben ik nu?”

want ik besefte niet direct dat ik in die krater lag.’Irène lag in dezelfde krater als juffrouw Renée Lauwers. ‘Dat was de dochter van de mensen waar wij hier onze grond van gekocht hebben’, weet Irène. Ze vertelt aan Lisa hoe een bebloede witte bavet van een van de nonnen op haar schouder lag: ‘Ik dacht, ja… Wat is dat? Wat is dat? Ik moet daar vanaf! En ik geraakte er niet vanaf want dat kleefde met dat bloed, he! Stilletjesaan begon ik te kruifelen naar boven, maar dat lukte niet. Ik schoof altijd terug, maar met de terugschuiven is die gijp van die zuster van mij af gevallen.’ Na van het zware gewicht verlost te zijn, kon Irène vanonder het puin komen. ‘Ik trapte op kinderen in het puin…’

‘Ik kwam op de koer en wandelde weer over die lijken. Ik wist toch nog niet goed wat er gaande was, zenne. Dan ben ik voort gegaan. Ja, hoe? Dat weet ik zelf niet meer.’ Irène liep via de Edegemsestraat naar de plaats waar vandaag optiek Verhelst is. Toen ze stilaan terug bij haar zinnen kwam, ging ze in het huis schuilen. ‘Dat was ook al beschadigd en dan heb ik met mensen een tijd onder de toog gelegen. En ik dacht: “Wat is dat? Wat is dat? Wat is dat?” Na een tijd zijn we met een paar naar buiten gegaan. Op het plein had ge – gelijk nu – een tram. Al die draden lagen op de grond… en die palen… en dan ben ik gevallen door in die draden te trappen. Ik zag die bus op het plein die in brand stond. En dan begon ik zelf toch een beetje in paniek te geraken. Waar vandaag de Brico is, was een paardenkoopman. Dat was een huis, een groot met allemaal trappen. En op die trappen… ik denk: “Wat ligt daar?” Ik ging er heen en het was een kindje van een jaar of zeven met heel zijn buikje open. Die darmen die hingen daaruit…’ Irène is even stil. Ze vertelt Lisa ze daar ‘nog lang, lang, lang van heeft geweten.’

Ze vervolgt haar verhaal: ‘Wij woonden op de Liersesteenweg en ik dacht van: “ja ik zal  naar huis gaan.” Maar dat ging niet… Ik struikelde, ik viel… Ik werd terug…  Allé, ik verloor terug het bewustzijn. En dan ergens tussen de Vestinglaan en de Kerkstraat woonde ene professor Rombouts. De plaat hangt nog aan de gevel van het huis. En die mensen waren buiten en die heeft mij opgepakt en mij naar de kliniek gedragen, langs de Kerkstraat. En dan ondertussen dat wij langs hier naar de kliniek gingen, was mijnen papa naar het school gegaan.. Wij hadden elkaar…’ Lisa: ‘Juist gemist?’ Irène: ‘Ja, juist gemist en dan in de Sint-Jozef kliniek waren er al gekwetsten. Ze hebben mij daar ergens op de grond gelegd, tussen vele anderen. ’s Avonds, dan zijn we met hopen camions naar verschillende klinieken gevoerd. Dat was vreselijk voor te zien en te voelen. Op open camions en dan terug naar de stad en ik ben terecht gekomen in de Durletstraat in da militair ziekenhuis.’

Irène toont Lisa de littekens op haar voorhoofd: ‘Dit hier en hier op mijn oog, dat lag helemaal open. Heel mijn hoofd, vol openingen. Dan ben ik in coma gevallen en hebben ze me geopereerd. Al dat vuil eruit gehaald en die wondes verzorgd en gedaan. Dan ben ik een paar dagen – daar weet ik niets van – maar dan ben ik wel heel slecht geweest.’ Irène laat ook haar andere littekens zien: ‘Ik had zo kleine wondes over heel mijn lichaam. In mijn been was een groot gat.’ Ze herinnert zich dat het vlees los hing aan haar been: ‘Dat was zo iedere keer: klets, klets… als ik liep. Ze hebben dat allemaal verzorgd en dat gat opgevuld met vlees van iemand die…’ ‘Iemand die waarschijnlijk overleden was’, vult Lisa aan. ‘Ja, ja, maar ik heb dat gelukkig niet afgestoten waardoor ik er geen last meer van heb. Ik had wel pijn de eerste jaren, vooral bij ander weer, ook hier op mijn hoofd.’

Lisa vraagt of ze familie verloor in het bombardement, wat Irène beantwoordt met ‘Familieleden niet, maar wel veel vriendinnen.’ ‘Van ’t school?’ vraagt Lisa. ‘Ja, onder andere Irène Van Mol’, zegt Irène terwijl ze Tranen over Mortsel openslaat. ‘Ze was een heel goeie vriendin, waar ik voor het bombardement met naar de tekenschool ging. Ze woonde in de Berthofstraat en was een enige dochter. Ik was ook enig kind.’

Tot september 1943 lag Irène in het ziekenhuis en ze ging jarenlang niet meer naar school. ‘Ik ben daar zwaar van onder de indruk geweest… en nog lang… als ik dan naar huis moest komen in september was mijn hoofd nog altijd met windels en die wondes waren nog altijd niet toe. Dat moest iedere keer gezuiverd worden.’ Bezorgd vraag Lisa of de beelden haar nog lang achtervolgde: ‘Tot nu! Met de V-bommen later ook. Dan waren er sirenes en was ik in paniek tot en met, he! Ik probeerde om terug naar Sint-Vincentius te gaan maar met alarm moesten we naar de kelder en dat heb ik niet kunnen volhouden. Dat waren zenuwaanvallen tot en met… en dan ben ik drie jaar niet naar school geweest…’ Ze is even stil. ‘Drie jaar?’ vraagt Lisa. ‘Het ging niet… het ging gewoon niet…’

‘Ik heb er niets meer van kunnen teweeg brengen op school. Ik heb mij dan eigenlijk toegelegd op muziek.’ Lisa vraagt enthousiast: ‘En speelt u een instrument?’ ‘Ja, ja’, zegt Irène trots, ‘Ik speelde piano. Ik kreeg toen ik vijftig werd van mijn man een vleugel.’ Irène en Lisa babbelen over hun gemeenschappelijke liefde voor piano en over het geluk in het leven.

Lisa: ‘Irène, bedankt voor het interview!’

Irène: ‘Ja, ja, dat is graag gedaan!’

Lisa: ‘Ja… een stuk geschiedenis dat nooit mag en ook nooit zal vergeten worden.’

Irène: ‘Och, kindje toch… heb je geen zin in een tasje thee?’

‘Zo eindigt mijn interview’, schrijft Lisa in haar verslag. ‘Het was voor mij veel meer dan “een tasje thee” te gaan drinken. Ik had moeite om te vertrekken. Waarom? Geen idee… Ik kan ook niet zeggen dat ik er een goed gevoel bij had. Na zo’n verschrikkelijk verhaal voel je je helemaal niet meer zoals ervoor. Niet meer normaal. Enkel raar en ergens ook schuldig omdat je die mensen een uur laat vertellen over de grootste hel van hun leven. Het is eigenlijk niet juist dat zo veel mensen vandaag nog altijd last dragen van een “foutje” tijdens de oorlog. Het zal niet vergeten worden, beloofd!’

Meer info over het bombardement van 5 april 1943 vindt u via deze link. Wil u ook het verhaal van een getuige vertellen? Of maakte u zelf het bombardement mee? Klik dan hier om meer te weten te komen over het project ‘de namen van 5 april’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s