Het verhaal van Marie-Josée

‘In het begin van 2014 bij het leegmaken van het ouderlijk huis, vonden wij in de keukenkastmama 2007 een schriftje waarin mijn moeder haar vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog beschreef’, schreef Kathy Bosmans mij enkele maanden geleden in een mail. Als ik de vier velletjes papier lees, besef ik meteen dat Marie-Josée (°1929) ze op haar oude dag heeft neergeschreven. ‘Ze wilde nog zo graag haar verhaal doorvertellen aan de jongere generatie’, licht haar dochter Kathy toe, ‘maar ze had er op het einde van haar leven geen kracht meer voor.’

Vandaag  is het twee jaar geleden dat Marie-Josée overleed. Haar verhaal is misschien maar een klein puzzelstukje in de grote geschiedenis, toch wil ik het niet verloren laten gaan.

Lees verder

Het verhaal van Gusta

‘Dit boek heb ik als kind willen gebruiken om mijn opstellen in te schrijven en enkele belangrijke dingen uit mijn schooltijd’, schreef de Antwerpse Gusta (Augusta) Adriaenssen op 1 juni 1940 in het schriftje dat ze net tot haar dagboek had omgedoopt. Geboren in het Nederlandse Uden in 1919, was ze met haar 21 jaar een vooraanstaande getuige geweest van de vlucht uit België in de meidagen van 1940.

dagboek moeke (2)

Op 1 juni vervolgde Gusta: ‘Doch zoals het vaak bij kinderen het geval is, is mijn boek vergeten geraakt en bleef hij onvoltooid liggen. Nu ga ik hem gebruiken, niet om mijn aangename herinneringen in op te tekenen maar wel hetgeen ik beleefd heb in de oorlog van 1940. Ons leger heeft zich reeds overgegeven als ik dit schrijf maar al de dagen staan mij nog helder voor de geest zodat ik zal schrijven vanaf de eerste dag.’

Vandaag is Gusta 96 jaar. Ze begint heel veel te vergeten. Toch leeft ze nog altijd met de vlucht in mei ’40 en vooral het gemis van haar gemobiliseerde echtgenoot Jules (Julius) Van den Bergh.

Jules en Gusta

Dit soms bijzondere, maar evengoed gewone verhaal wil ik doorvertellen. Hieronder kunnen jullie een bewerkte versie van het dagboek lezen. Met dank aan Gusta en haar familie, in het bijzonder Christiane Budts.

Wil je meer lezen over het dagelijkse leven tijdens WO2, klik dan hier voor meer info over mijn boek Zo was onze oorlog

Een geschiedenis van de meidagen van ’40 lees je via deze link.

Lees verder

Het verhaal van Walter Van Broekhoven (deel 1)

Bijna 75 jaar geleden… mijn grootoom Walter Van Broekhoven (°8 mei 1924) besliste in de zomer van 1943 om een dagboek bij te houden. Hij woonde in de Antwerpse Verschansingstraat 48. Van mijn groottante Frida Sermon kreeg ik een donkerblauwe plastic zak met daarin de oorlogsdocumenten van nonkel Walter. In 2004 overleed hij, dus ik heb hem nog gekend. Nu al enkele jaren wacht zijn verhaal om verteld te worden. Hieronder lees je het verhaal van zijn drie dagboekjes die hij in 1943-1944 bijhield.

Walter VB - drie dagboeken Lees verder

Het verhaal van Frans Driesen

Frans DriesenFrans werd in 1922 geboren en door die geboortedatum beleefde hij op zeventienjarige leeftijd een ongelofelijk avontuur. Toen de Duitsers op 10 mei 1940 ons land aanvielen, woonde Frans bij zijn ouders in Hoboken, samen met zijn oudere broers Felix (°1917) en John ‘Djon’ (°1920). Sinds de mobilisatie van september 1939 na de Duitse inval in Polen, klonk de oorlogsdreiging steeds luider. De drie broers werden nog niet onder de wapens geroepen, maar zagen wel hoe de net iets oudere mannen naar de kazernes moesten. Maandenlang beheersten oorlogsvoorbereidingen het straatbeeld in Hoboken.

Dit verhaal is een van de duizenden. Wil je meer weten? Dan is ons boek Van onze jongens geen nieuws iets voor jou!
Lees verder

Het verhaal van Constance

Op 17 mei 2008, tijdens het schrijven van Tranen over Mortsel bel ik naar Constance Sips. Ik heb haar nummer gekregen van haar ex-collega van de Gevaertfabriek. Aan de telefoon wil ze niet komen, dus geeft ze haar dochter door. De dochter stelt de vragen over het bombardement aan haar moeder en vertelt het via de telefoon door aan mij. Op de achtergrond hoor ik Constance vertellen hoe ze zwaar gewond raakte toen die ene bom op de Gevaertfabriek viel. Samen met Martha Schram zat ze in de donkere zaal toen de bom alles in een brandende gevangenis veranderde. Langs de trap kon ze niet meer vluchten. Daarom sprong Constance uit het raam. Ze bleef plakken aan de stoombuizen die de verschillende gebouwen verbonden.

Lees verder

Het verhaal van Georgette

Yentl en Liana luisteren naar het verhaal van Georgette en haar man. ‘Het waren zeer lieve en aangename mensen’, schrijven ze in een e-mail. ‘Soms hadden we de indruk dat ze niet alles durfden vertellen omdat ze zoveel gruwelijke dingen hebben gezien. De man is ook twee keer emotioneel geworden, dus dat begrijpen we wel.’

Tijdens het bombardement werden drie scholen zwaar getroffen door de Amerikaanse bommen: in Sint-Vincentius stierven 103 van de ongeveer 370 leerlingen , in de Guido Gezelleschool in de Eggestraat haalden ze 23 dode jongetjes vanonder het puin, in de Sint-Lutgardisschool lieten 63 kinderen het leven. Maar in de Edegemsestraat 37 was er een vierde getroffen school, waar we heel weinig over weten: het privéschooltje Les Abeilles en Georgette was een van de leerlingen.

Lees verder

Het verhaal van Gabriella

Marius en Thomas trekken naar Lier om hun getuige te interviewen:  ‘Na binnengelaten te zijn nemen we de lift naar het tweede, waar we opgewacht worden door een warme 88-jarige vrouw. We doen onze jassen uit en worden geboden aan de tafel te gaan zitten, waar ik mijn gsm bovenhaal, de recorder aanzet, en haar meedeel dat we klaar voor haar zijn.
Ze begint te vertellen, ons waarschuwend dat ze niet zoveel meegemaakt heeft, maar we stellen haar gerust en ze raakt op gang.’

Lees verder

Het verhaal van Tine

Op 5 april 1943 was Alphonsine – of beter Tine – 18 jaar. Femke, vandaag even oud als haar grootmoeder toen, werkte dit jaar mee aan het project ‘de namen van 5 april’. Femke schrijft in haar verslag: ‘Vlak voor dood van mijn grootmoeder in juli 2008, heeft ze haar ganse getuigenis over het bombardement opgenomen op een CD. Ze wist dat ze niet lang meer zou leven en wilde absoluut dat haar belevenissen bewaard zouden blijven.’ Het verhaal van Tine is tot vandaag enkel bekend bij haar familie. Femke weet ‘zeker dat ze het geweldig zou gevonden hebben, moest er later toch nog gebruik gemaakt worden van haar getuigenis.’

Een verhaal zoals dat van Tine horen we zelden. Ze werkte in de Erla-fabriek, waar vanaf het begin van de oorlog beschadigde Duitse vliegtuigen werden hersteld. Op 5 april 1943 wilden de Amerikaanse bommenwerpers met bijna 300 ton explosieven de fabriek met de grond gelijk maken. Slechts 4 of 5 bommen troffen doel, de rest viel op de woonwijk Oude God ten zuid-oosten van de fabriek. Wat vaak vergeten wordt is de afschuwelijke ravage die de bommen aanrichten en 307 slachtoffers die vielen in de vliegtuigfabriek. Tine is een van de enige arbeidsters van de Erla die haar verhaal deed.

Terwijl haar klasgenoten op pad moeten met een recorder, stelde Femke voor om de opgenomen getuigenis van haar grootmoeder uit te schrijven. Hieronder lees je de volledige transcriptie.

Lees verder

Het verhaal van Irène

Ik bel naar Irène. Met een stille stem neemt de 83-jarige getuige van het bombardement op. ‘Of ze Lisa nog kent?’ vraag ik haar. ‘Ja, dat is een heel speciaal meisje’, antwoordt Irène vol lof, ‘Ze had net als ik een bijzondere voeling voor muziek.’ Lisa is een leerling van het Koninklijk Atheneum in Mortsel dat het afgelopen half jaar de opdracht kreeg om Irène te interviewen. De twee hadden elkaar nog nooit gezien en hun gesprek liet een diepe indruk na, bij allebei. Aan de telefoon vervolgt Irène met zachte stem: ‘Lisa heeft voeling met het stellen van haar grenzen, zelfs met haar weinig levenservaring. Haar ouders mogen fier zijn op zo’n dochter. Ze toonde heel veel respect en had precies al ervaring met interviews.’ Ze hoopt dat Lisa ook komt naar de herdenking van dit jaar. ‘Ik heb er van genoten. Tot en met. Dat op mijn leeftijd nog te mogen meemaken met zo iemand jong… dat had ik nooit gedacht. Dit geeft mij heel veel positieve energie.’

Lees verder