Ramp met Leopoldville – Deel 3

Kerstavond 1944 verliep voor de meer dan tweeduizend Amerikaanse soldaten op het Belgische troepentransport Leopoldville anders dan verwacht. Nadat het schip was getroffen door een torpedo, was de schade niet te overzien. Aan de hand van hun getuigenissen reconstrueer ik in vijf delen die kerstavond die zo rampzalig afliep. Dit is het derde deel, over de vaak tevergeefse pogingen van de Amerikaanse soldaten om de onder water lopende ruimen te ontvluchten.

Lees hier deel 1, deel 2, deel 4 en deel 5 van het verhaal over de Leopoldville.

Wervelstorm van hout en staal

Met een gigantisch knal sloeg de explosie een grote bres in de romp van de Leopoldville. De inslag van de torpedo eiste meteen honderden doden. Toen het schip zonk zaten ze nog steeds vast in het ondergelopen ruim en werden hun lichamen meegetrokken naar de bodem van de zee. De meeste van hen zijn nooit teruggevonden. De explosie van de torpedo vernietigde de trappen en de doorgangen naar het dek, zodat talloze mannen gevangen zitten in de snel onder water lopende achterste compartimenten. Albert Montagna was een van hen: “Toen ik de explosie hoorde, wist ik dat we geraakt waren. Toen de knal bijna uitdoofde, lag ik al onder water. Ik dacht dat eventjes dat ik op de bodem van de oceaan lag omdat ik mij niet kon bewegen en ik volledig onder water was. Ik dacht dat het niet lang meer ging duren totdat ik zou sterven, dus wachtte ik… Enkele mannen in mijn compartiment gilden omdat ze gekwetst waren. De trappen waren versplinterd in een puinmassa. Tafels die een uur daarvoor nog volstonden met ons eten waren verbrijzeld. Stalen buizen als tandenstokers geknakt.”[1] De situatie in de getroffen compartimenten was bijna surreëel, zo getuigt ook Rowdney Boudwin: “Ondanks het feit dat de mannen aan het slapen waren op de tafels of in hangmatten, sommigen zonder reddingsvesten aan, panikeerde men niet echt toen het water steeg. De mannen in mijn compartiment zochten verdwaasd naar een uitgang. De explosie versplinterde tafels, banken en ander materiaal van hout en had mannen aan de vloer of tegen de muur genageld. Op die manier konden velen onmogelijk aan het snel opstijgende water ontsnappen. De explosie had de trappen en kabelladders losgerukt en doen instorten, zodat het ontsnappen van de lagere compartimenten onmogelijk werd.”[2]

F-Company

De torpedo sloeg in op de plek waar de 170 soldaten van F-company van het 262e regiment aan het rusten was. Hun staff sergeant Joseph Cycon was net op terugweg van de latrines toen de trap onder hem instortte: “Ik viel een stuk naar beneden en toen ik rondkeek zag ik het water al binnen stromen. Na de explosie waren er een drietal officieren bovenaan de trap. Het water steeg snel en we gooiden touwen naar beneden. Drie mannen konden we zo redden. Onze captain was op dat moment beneden om de mannen te helpen. We hoorden geschreeuw en gegil beneden en plots was het stil, toen stond het water zo hoog. Dat is de laatste keer dat ik onze captain zag. We liepen richting dek B nabij de reddingssloepen.”[3] 154 soldaten van F-company overleefden de inslag niet en slecht negen van de lichamen worden teruggevonden. Van de 16 overlevenden waren er zes gewond.

Ontsnappen

William Kalinowski werd plots in het ijskoude water wakker. Hij was in het slaap gevallen op de vloer naast een trap. Hij zag niets en probeerde zich recht te zetten, maar merkte al snel dat hij ter hoogte van zijn schouders vast lag onder het puin. Hij duwde met alle macht het puin weg, maar het lukte niet. Ook door te bewegen naar links of rechts kon hij zichzelf niet bevrijden. Het water steeg. William had nog net de tijd om snel in te ademen of een nieuwe golf ijskoud water kwam over hem. In een laatste poging, probeerde hij zich te bevrijden van onder de omgevallen muur en hij vond een uitweg. Hij kroop verder en zag hoe er een vaag licht scheen van het gat waar ooit de trap had gehangen. Hij klauterde over het puin en de dode lichamen en probeerde opnieuw een uitgang te vinden. Het puin dat hem versperde was van hout, zodat hij zich kon bevrijden. Op het dek vond hij zijn sergeant en terwijl hij niet kon stoppen met bibberen brachten ze hem naar een medische post om zijn hoofdwonden te verzorgen. William lag op een ziekenbed en zag hoe de man naast hem geen gezicht meer had, terwijl een klem zijn tong vasthield zodat hij die niet zou inslikken. Hij gruwelde. Niet veel later hoorde hij dat de gewonden die nog konden wandelen zich moesten melden aan de reddingsboten. William nam zijn schoenen en sloeg een deken over zijn schouders en haastte zich naar de sloepen: “De ene minuut bengelden we vijftien meter in de lucht, de andere minuut werd de onderkant van de reddingssloep verpletterd door een muur van water.” Het bootje stortte neer en de mannen vielen in het ijskoude water. William zat op het puin van de reddingssloep en waagde de sprong naar een grotere reddingsboot die hen kwam redden. Hij kon nog net de rails vastgrijpen en een matroos hielp hem aan boord.[4]

Wachten op het dek

“Meteen na de explosie, trokken alle troepen in de omtrek hun reddingsvest aan en begaven zich rustig naar het dek”, herinnert Captain Clyde Dinwiddie zich. “Mijn company moest zich samen met een andere verzamelen recht aan de boog van het topdek. De mannen stonden snel in positie en er werd een namenlijst opgesteld. Er waren veel lichten aan. Sommige bemanningsleden waren aan het roken, zodat het gerucht dat roken toegelaten was zich snel verspreidde onder de soldaten. We stonden te wachten op instructies van de brug. We zonden een kleine groep vrijwilligers naar beneden om in ons compartiment dekens en jassen te zoeken om de mannen wat warmte te geven totdat ze het schip mochten verlaten.”[5] Op het dek was er geen echte paniek, meestal wisten ze amper wat er zich onder hen afspeelde. Het schip leek niet te zinken. Maar op de brug begon de bemanning in te zien dat de situatie stilaan hopeloos was. Kapitein Charles Limbor beval dat iedereen buiten zijn essentiële crew het schip moest verlaten. De kapitein seinde naar zijn collega kapitein Pringle op de HMS Brilliant dat het achtersteven van zijn schip langzaam aan het zinken was. Omdat het schip uit de mijnvrije zone dreigt te drijven, beval de kapitein van de HMS Brilliant om het anker neer te laten. Limbor voerde dit bevel uit rond kwart na zes. Door deze beslissing kon het schip onmogelijk nog richting de haven van Cherbourg worden gesleept, waar de soldaten rustig konden worden geëvacueerd. Plots was het noodzakelijk om het gehele schip op zee te evacueren. De HMS Brilliant vaarde richting de Leopoldville, terwijl de andere schepen het bevel van kapitein Pringle kregen om te zoeken naar de onderzeeër. Hun dieptebommen veroorzaakten grote golven die volgens getuigen, het zinkend schip beangstigend deed bewegen. Na ongeveer een kwartier kwam het schip van kapitein Pringle langs de zinkende Leopoldville gevaren.

Helpen

Verschillende getuigen vertellen hoe ze op het dek stonden te wachten op die evacuatie, terwijl velen stonden te roken en grapten hoe ze te laat zouden arriveren in Cherbourg. Pas wanneer de eerste gewonden en doden naar boven worden gebracht, zag iedereen de ernst van de situatie in. Zou het schip dan toch zinken? Op het dek kregen de gewonden eerste hulp van hun kameraden. Ze kregen dekens om zich te beschermen tegen de koude, terwijl de open wonden werden verzorgd. Onder hen hoorden en voelden de soldaten het kraken van het schip. 1ste luitenant Royden Keddy herinnert zich hoe hij en de andere officiers hun troepen onder controle hielden: “Tegen 18u15 waren alle mannen die nog konden wandelen op het dek en waren alle doorgangen vrij. Dit klopt op uitzondering van het toegangsgat op het achterdek. Vanuit het gat kwamen hulpkreten and enkele officieren en mannen toonden een uiterste moed en kracht door meteen in het gat af te dalen langs de stalen ladders, zonder aan hun eigen veiligheid te denken. Het medische personeel van het boordhospitaal, geholpen door de soldaten, werkten onvermoeibaar en efficiënt.”[6] Walter Blunt lag op het dek en werd geholpen door het medische personeel. Zijn gezicht was bebloed en het leek of zijn heupen verbrijzeld waren. Vaag herinnert Blunt zich hoe hij een half uur lang toekeek hoe zijn kameraden werden geholpen. Hij werd naar een reddingssloep gebracht. Over hem zat een soldaat met een verbrijzelde knie. De jongeman zag af en vroeg Walter om zijn been stil te houden zodat de pijn niet verergerde. De sloep werd ongelijk neergelaten zodat het in een gevaarlijk schuine hoek hing te bengelen. Een Congolees klauterde handig op het touw, hand over hand tot hij terug op het dek was. Daar maakte hij het touw los zodat de reddingssloep met de neus in het water viel. Walter dacht dat het bootje zeker zou zinken, maar de ponton aan de binnenkant hield het recht.”[7]

Vluchtte de bemanning?

Nog steeds stond Captain Dinwiddie met zijn company op het bovendek te wachten: “De mannen zaten of stonden toen ze zagen dat de bemanning de reddingsboten overboord zetten, ze keken toe hoe gewonden werden overgedragen naar een kleine havenboot dat langszij kwam gevaren, en hoe anderen de sprong naar een andere boot riskeerden. Niemand wilde het schip verlaten of springen. We controleerden de reddingsvesten. De bemanningsleden lieten het anker neer, terwijl onze mannen uitzochten wat er aan de hand was.” Het is opvallend hoe getuigen zich geen echte paniek herinneren. Sommigen gingen zelfs terug naar hun cabine om persoonlijke spullen te zoeken. Rond acht uur nam de Belgische kapitein de beslissing dat het grootste deel van zijn bemanning het schip mocht verlaten. Omdat de meeste Amerikaanse officieren amper informatie kregen over de evacuatieplannen, was nu bijna alle professionele begeleiding van het schip.

Lees deel 4.


[1] Vrij vertaald uit ANDRADE, Leopoldville, p. 219

[2] Vrij vertaald uit: ANDRADE, Leopoldville, p. 220.

[3] Vrij vertaald uit: Sworn testimony of Joseph J. Cycon, Staff Sergeant, in: National Archive (via Allan Andrade), p, 22-23.

[4] Getuigenis van William is te lezen in ANDRADE, Leopoldville, p. 93-95.

[5] Vrij vertaald uit Statement of Captain Clyde M. Dinwiddie, in: National Archive, p. 14.

[6] Vrij vertraald uit Statement by 1st Lt Royden E. Keddy, 01315715, Co E, in: National Archive.

[7] Vrij vertaald uit ANDRADE, Leopoldville, p. 101-102.


Info

Deze tekst is een interpretatie van historicus Pieter Serrien en is grotendeels gebaseerd op het boek Leopoldville: A Tragedy Too Long Secret van Allan Andrade, uitgegeven in 2009 bij Xlibris Corporation in Verenigde Staten van Amerika, aangevuld met het boek A Night Before Christmas van Jacquin Sanders. Al de tekeningen, buiten de eerste, zijn van de hand van Richard Rockwell.

© Pieter Serrien – 2010 – Alle rechten voorbehouden

Advertenties

5 gedachtes over “Ramp met Leopoldville – Deel 3

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s