Toespraak herdenking V-bommen op Antwerpen 3 september 2016

Op 3 september werd ik uitgenodigd om te spreken op de herdenkingsplechtigheid aan het monument voor de slachtoffers van de V-terreur in Antwerpen. Hieronder vind je de uitgeschreven toespraak. Voor het eerst las ik voor uit mijn nieuwe boek Elke dag angst, dat op 21 september 2016 verschijnt.

Wil je meer weten over mijn nieuwe boek Elke dag angst, waarin de getuigen van de V-terreur een stem krijgen, klik dan op deze link.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Terreur… Hier op de straathoek, in 1944, op vrijdag 13 oktober, om kwart voor tien in de voormiddag. Net geen 40 dagen na de bevrijding van Antwerpen was de oorlog terug. Een V2-raket, gelanceerd in het Nederlandse Rijs, trof de hoek van de Schildersstraat en de Karel Rogierstraat. De tijd van de vliegende bommen brak aan.

‘Op zekere dag hoorden we een geweldige klap’, herinnert onze stadstroubadour Wannes Van de Velde (°1937) zich. ‘Dan begon de verschrikking. Mijn moeder sprak heel rustig: “Weten jullie niet wat het is? Het nieuwe wapen van de Duitsers.”’ Die eerste V die het Antwerpse stadscentrum trof eiste meteen 32 doden.

2_Louisa2-Elkedagangst

Meer dan 70 jaar later vertelt de toen eenjarige Louisa Rousselle (°1943) over wat haar familie in de tot puin herleide Karel Rogierstraat meemaakte. Op deze foto zie je hoe ze uit het puin werd gehaald door hulpverleners van de Passieve Luchtbescherming: ‘Ik weet alleen het weinige wat mijn moeder mij wilde vertellen. Ze was juist vijf minuten weg om broodzegeltjes. Met mijn vader zat ik achteraan in de keuken toen de bom insloeg. Vader heeft mij waarschijnlijk vastgepakt en we werden samen tot in de kelder geslagen. Pas na twee dagen en twee nachten werd ik bevrijd. Ik zat gekneld tussen de kelderdeur. Ze hoorden precies een katje janken en vonden mij. Mijn vader… hij heeft het niet gehaald.’

Naar deze getuigenis en die van honderden anderen heb ik het afgelopen jaar geluisterd. Het resultaat daarvan is mijn boek Elke dag angst. Het boek geeft een stem aan de talloze slachtoffers van de vliegende bommen.

Ongeveer 9000 V’s troffen op acht maanden tijd ons land. Ze maakten naar schatting zo’n 8000 dodelijke slachtoffers. 1000 doden per maand. Vooral Luik en Antwerpen kregen het zwaar te verduren. In onze stad en provincie verloren meer dan 5000 mensen het leven door wapens die enkel dienden als vergelding, als middel om angst te zaaien.

De lijst is oneindig: zelfs als ik enkel de inslagen in Antwerpen met meer dan 30 doden opsom:

  • In oktober:
    • Eerst op deze straathoek: 32 doden
    • De Kroonstraat: 44 doden
    • De Tuinbouwstraat: 32 doden
    • De Bonte Mantelstraat: 71 doden
  • In november:
    • De Merksemse Van Roiestraat: 47 doden
    • De Breydelstraat in de cinemawijk: 51 doden
    • De Deurnese Muggenberglei: 46 doden
    • Het weeshuis in de Durletstraat: 38 doden
    • De Berchemse kloosterschool in de Ferdinand Coosemansstraat: 33 doden
    • En op 27 november: de Teniersplaats: 159 doden
  • In december:
    • De Sint-Bernardsesteenweg: 43 doden
    • Op 14 december twee keer 60 doden, eerste in de Kronenburgstraat en een uur later in de Lange Doornikstraat.
    • En dan de zwaarste bominslag tijdens de hele Tweede Wereldoorlog, op 16 december: een V2 op de Cinema Rex: 567 doden
    • Een paar uur later een tweede raket op het flatgebouw in de Twee Netenstraat: 71 doden
    • 1944, het bevrijdingsjaar dat het bommenjaar werd, eindigde met drie zware aanslagen: eerst in de Lombardenvest: 41 doden, dan in de Wijnegemstraat: 44 doden en dertien minuten nadat de Antwerpenaren op het nieuwe jaar hadden geklonken viel een V op de overvolle cafés op het Groeningerplein: 45 doden.
  • In 1945 ging de terreur onverminderd door:
    • Opnieuw op het Groeningerplein: 34 doden
    • De Steenbergstraat: 58 doden
    • De Berendrechtstraat: 41 doden
    • De Korte Van Ruusbroecstraat: 60 doden
    • De Nijverheidsstraat: 62 doden
    • De Mechelsesteenweg: 35 doden

Elke inslag, met veel of weinig slachtoffers, liet zware littekens na. De terreur maakte geen onderscheid: kinderen werden gedood in hun bed, hun ouders op weg naar hun werk, hun grootouders terwijl ze op straat stonden te keuvelen.

‘Zo had men de oorlog nog nooit aangevoeld’, zegt Borgerhoutenaar Lode De Caluwé. ‘De ene dag ontploften er een paar, de andere dag meer dan vijftien, maar alle dagen vielen er doden en gewonden en werden talrijke huizen vernield. De bevolking leefde onder voortdurende angst.’

Het zijn verhalen en beelden die bij zovele Antwerpenaren diep in het geheugen gegrift staan. Het zijn moeilijke herinneringen aan een tijd van leven onder terreur. Nergens was je veilig, nooit kon je voorspellen waar een V zou vallen.

Teniersplaats 27 november 1944 (c) Cegesoma
Teniersplaats 27 november 1944 (c) Cegesoma

Op 27 november trof een V2 de Teniersplaats. De vijftienjarige Jos Van Duppen (°1929) liep net op de Meir vlak bij het drukke plein: ‘Ik was op weg om ergens een passerdoos te kopen’, vertelt Jos. ‘Ik had steeds de neiging om langs de straatzijde te lopen, gehaast en aldus de stroom mensen ontwijkend die midden op het voetpad wandelden. Dat was mijn geluk. De bom viel op de hoek van de Frankrijklei en de Meir, aan het café dat een ontmoetingsclub voor Britse soldaten was. Ik heb geen ontploffing gehoord, noch iets gezien. Toen ik mijn ogen opende, lag ik midden op straat en boven mij bogen zich twee in het wit geklede personen van het Rode Kruis. Zij trokken mij recht en onderzochten me oppervlakkig, maar ik mankeerde blijkbaar niets. Ik voelde nergens pijn en hoorde niets. Op hetzelfde moment zag ik de ravage rondom mij en toen kwamen langzaam de geluiden terug. Overal liepen bebloede mensen rond. Alle ruiten van de winkels waren in het rond gevlogen. Het voetpad lag vol glas en menselijke lichaamsdelen, hier een arm, daar een arm. Het was niet om aan te zien. Een tram en een paar auto’s stonden in brand en er hing een stofwolk met de geur van verbrand vlees.’

Drie weken later viel er een V2 op de Cinema Rex, op de De Keyserlei. Er zaten een kleine duizend toeschouwers in de legendarische bioscoop. 567 van hen overleefden de klap niet. Meer dan de helft van hen waren geallieerde soldaten, ver weg van huis getroffen door terreur. Een van hen was de

Jim Mills verloor zijn beide benen in de Rex
Jim Mills kregen twee beenprotheses.

Amerikaan Jim Mills (°1920). Hij verloor zijn beide benen in de Rex, maar kon het nog navertellen: ‘Vanuit onze stoelen zagen we een speervormige flits in verschillende kleuren. Onder een bulderende explosie werd de flits steeds langer en langer. Alles rondom ons stortte in duizend stukjes. Op dat moment werd ik door een sterke arm bij mijn schouder vastgegrepen. Met een luide stem zei iemand dat ik ernstig gewond zou zijn, maar dat ik het zou overleven.’ Die onbekende stelde Jim gerust: ‘Ik was niet meer angstig. Het lawaai was zo oorverdovend dat het met geen woorden te beschrijven valt. Na enkele minuten was er het tegenovergestelde: een ijzingwekkende stilte. Niemand riep om hulp of schreeuwde het uit. Het was alsof iedereen dood was.’

De terreur van de V-bommen hield elke Antwerpenaar in zijn greep, ook de talloze hulpverleners. Zij werkten dag en nacht om de duizenden gewonden te redden uit het puin. Erna Peters (°1924) was een van hen. Zij werkte als twintigjarige verpleegster in het Sint-Elisabethziekenhuis. Zij heeft het nog altijd moeilijk met de honderden gewonden die ze plotseling moest verzorgen: ‘Wanneer er een bom viel, brachten helpende handen de

Erna Peters
Erna Peters.

slachtoffers binnen met wat ze vonden: op een kruiwagen, of gewoon in hun armen. Slechts sommigen hadden het geluk een ambulance te vinden. Het was echt heel akelig, we hadden geen tijd om na te denken. Velen die ze binnenbrachten mankeerden niks, maar waren in shock. Zij werden bijeengezet en kregen een Potion Todd, wat betekende: geef hun een cognac om bij te komen. Ze zaten daar wezenloos op banken te wachten, terwijl ik ze een voor een controleerde om na te gaan of ze gekwetst waren. Want er waren vreselijke wonden bij, vreselijk, echt. Drie zalen lagen constant vol met slachtoffers van de V-bommen. Vooral mijn nachtdiensten vergeet ik nooit: ik voelde die bommen aankomen. Ik moest nog niks horen, of ik liep al rond in mijn zalen om de angstige patiënten gerust te stellen.’

Dit is ook het verhaal van de daders. Duitse jongens die opgehitst door propaganda de geallieerde bombardementen op hun steden wilden wreken. ‘We dachten nooit na over de andere kant,’ vertelt de in 1944 tweeëndertigjarige Helmut Fredenhagen (°1912). Van op mobiele stellingen in Nederland en West-Duitsland spuwden de Duitse batterijen hun V1’s en V2’s op ons land. Maar eigenlijk wisten ze amper welke ellende ze aanrichten. Heinz Wellmann, lanceerde de raket die Cinema Rex trof. Hij getuigt: ‘Onze officieren vertelden ons nooit waar onze V2’s op gericht waren. We wisten van Londen en vermoedden ook Antwerpen, maar dat is ons nooit direct gezegd. Enkel de navigators wisten het, niet wij die de raketten moesten klaarmaken.’

Het is ook het verhaal van de geallieerde soldaten die massaal rond onze stad waren gelegerd om de V1’s af te schieten. Antwerp X zorgde ervoor dat maar liefst 2000 V1’s vernietigd werden voor ze de stad of de haven konden treffen. Soms ging ook dat akelig mis en kwam een neergehaalde vliegende bom terecht op de omwonenden van het afweergeschut. Zo vernietigde een V1 in de namiddag van 29 januari 1945 het leven van Constant Vallons uit Lubbeek: ‘Ik stond honderd meter van ons huis en ik heb alles gezien. Op de velden in Lubbeek stonden verschillende luchtafweerbatterijen. Een daarvan raakte de vliegende bom, maar ze vloog verder tot ze in een boom bleef hangen. Uiteindelijk viel de bom op ons huis. In enkele seconden lag alles plat. Vader, moeder, twee zussen en grootmoeder waren dood. Enkel mijn tante overleefde als bij wonder. De sneeuw rondom ons huis was rood gekleurd van het bloed. Als die boom hier niet had gestaan, was de bom nooit op ons huis gevallen. Beelden van bomauto’s, aanslagen of oorlogen roepen vandaag bij mij nog vaak herinneringen op. Ik leef mee met diegenen die verweesd achterblijven. Ook zij hebben geen waardig afscheid kunnen nemen van hun dierbaren.’

Zoals Constant aangeeft, is dt ieen tijdloos verhaal. Jammer genoeg. Een verhaal dat zich tot vandaag herhaalt in Syrië, Irak, Afghanistan, Libië en Turkije, terreur die zelfs hier in Parijs, Nice en Brussel onze buren, vrienden en familie treft.

Ten slotte is het ook het verhaal van de kampgevangenen van Dora. De Luikse weerstander Pierre Joseph Denis (°1921) belandde op 2 september 1943 als een van de eerste Belgen in het ondergrondse tunnelnetwerk in het Duitse Harzgebergte: ‘Ploeterend in het slijk moesten we enkele uren wachten.

Pierre Joseph Denis.
Pierre Joseph Denis.

Daarna gingen we in de richting van de tunnel.’ Het was als de afdaling in de hel. ‘We konden door de mist van kalk slechts tien meter ver zien. De geur van verbrand gips greep ons naar de keel en het doffe geluid van ontploffingen vervulde ons met afgrijzen. Onder de zweepslagen, in het schemerlicht van enkele lampen, dwong men ons door deze catacomben. Sommigen werden aangewezen om de boormachines te bedienen, anderen om stenen te klieven, of de lorries te vullen en voort te duwen.’ Pierre-Joseph Denis ontpopte zich tot een van de weinige Belgen die de moed vonden om verzet te plegen in Dora.

Hij en meer dan 2500 andere Belgen werden gedwongen om in de verschillende kampen tunnels te graven die dienden om de V-wapens te fabriceren die uiteindelijk in Antwerpen en Luik terreur zouden zaaien. Naar schatting 1400 Belgen overleefden hun verblijf in het hoofdkamp, in Ellrich, Blankenburg, Harzungen en de vele andere bijkampen van Dora niet.

In heel Europa eisten de V’s meer dan 18.000 dodelijke slachtoffers. In Dora kwamen nog meer dan 26.000 gevangenen om terwijl ze de onderaardse hallen bouwden waar de V’s werden gefabriceerd. En we kunnen ons afvragen waarom. De V1’s en V2’s hadden op militair vlak geen enkel nut, buiten angst creëren in de geallieerde gelederen.

Als er iets valt te besluiten uit deze bloedige geschiedenis, is het dat de Tweede Wereldoorlog meer was dan een militair machtsspel. Het was een vicieuze cirkel van geweld. Oorlog werd beantwoord met oorlog, waardoor duizenden burgerslachtoffers werden gemaakt. Het was een totale oorlog, waarbij vergelding en terreur zaaien niet te onderschatten motieven bleken. Voor België en Antwerpen vormden de V-wapens daarvan het pijnlijke dieptepunt. Ze hebben de oorlog niet doen kantelen, maar vernielden en tekenden wel duizenden extra levens. En ze introduceerden een constante die sindsdien in zovele conflicten bepalen wat oorlog echt is: elke dag angst.

Advertenties

Een gedachte over “Toespraak herdenking V-bommen op Antwerpen 3 september 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s