Ramp met Leopoldville – Deel 4

Vandaag 66 jaar geleden, kerstavond 1944. Voor de meer dan tweeduizend Amerikaanse soldaten barstte de hel los toen een torpedo hun schip de Leopoldville trof. Langzaam maar zeker gutste het ijskoude zeewater binnen in het ruim waar honderden soldaten lagen te slapen. Aan de hand van hun getuigenissen reconstrueer ik in vijf delen die kerstavond die zo rampzalig afliep. Dit  vierde deel gaat over de wanhopige reddingspogingen op de Leo, die steeds schuiner hing en nu zeker ging zinken.

Lees hier deel 1, deel 2, deel 3 en deel 5 van het verhaal over de Leopoldville.

Honderden soldaten stonden op het dek van de zinkende Leopoldville te wachten op hun evacuatie. Gewonden werden naar boven gehesen en kregen een eerste geïmproviseerde verzorging. In alle chaos verliep de evacuatie met de reddingssloepen erg moeizaam. Van de bemanning kregen de soldaten weinig hulp. Sommige soldaten beweren zelfs dat de bemanning hen aan hun lot overliet en stiekem vluchtte. Enkele getuigen herinneren zich een Congolees die met koffers en zijn papegaai klaar stond om te vertrekken. Of deze verhalen op de waarheid berusten is moeilijk te achterhalen. Maar de chaos aan de reddingssloepen deed de bemanning stilaan uitkijken naar een andere manier van ontsnappen.

‘Leap for life’

Van op de HMS Brilliant, die langs de Leopoldville kwam gevaren, werd de moeizame hulpactie geleid. Op aanmoediging van de matrozen op de HMS Brilliant riskeerden de soldaten op het dek de riskante sprong naar de overkant. Sergeant Via: “We klommen over de rail en hielden ons vast aan de zijkant terwijl de ruwe zee de destroyer naar voor en naar achter deed bewegen. Ik wilde dat Charley eerst sprong, zodat ik zeker was dat hij het gehaald had, maar hij wist dat en hij stond erop dat ik eerst sprong. Tot vandaag weet ik niet wie eerst ging. Na de sprong omhelsden we elkaar als twee lang gescheiden broers.”[1] Vele soldaten durfden niet. Het gebeurde dan ook vaak dat een soldaat niet slaagde om de overkant te bereiken. Ze vielen in het water tussen de twee schommelende gevaartes en geraakten verpletterd toen de schepen tegen elkaar botsten.

Luitenant Bill Everhard moest zijn jongens aanmoedigen om de sprong te wagen. Hij had de ideale moment om te springen gevonden: als de twee boten het verst van elkaar waren en net terug dichterbij kwamen. Sommigen twijfelden te lang en vielen. Al snel sprongen de mannen in groepjes van vijftien. Aan de overkant stonden soldaten klaar om hen op te vangen en om diegenen die net te kort sprongen van op de rail naar boven te helpen. En toen sprong Bill zelf: hij leunde voorover, liet zich los en duwde zich af. Hij landde veilig op het dek van de HMS Brilliant. Hij keek terug naar het zinkend schip, de gruwel maakte de luitenant ziek en deed hem overgeven. De sprong over een achttal meters was riskant en velen hielden er gebroken ledematen of andere wonden aan over. Bill vermande zich en begon de honderden soldaten op het dek van de Leopoldville verder aan te moedigen.[2]

Chaos

De vreselijke aanblik van de jongens die hun ‘leap for life’ mistten en verpletterd geraakten tussen de twee botsende schepen, deed heel wat mannen afzien van de sprong. Het evacueren met de reddingssloepen verliep niet zoals gepland. Sommige getuigen verwijten het voornamelijk Belgisch personeel van egoïsme. Het wachten gebeurde meestal vrij sereen. Sommige mannen begonnen liederen te zingen. Maar bij het te water laten van de sloepen was er wel chaos. Luitenant Wurdeman herinnert zich: “Het dek onder onze voeten begon meer en meer te bewegen richting bakboord. Toen wisten we dat het schip zou zinken en we wachtten op het bevel op het schip te  verlaten, maar dat hebben we nooit gekregen.”[3] Om half acht, terwijl het begon te schemeren, moest de HMS Brilliant richting Cherbourg varen omdat er geen mannen meer op het schip konden. Luitenant Everhard herinnert zich het vertrek: “Overal waar je keek, zag je mannen tussen de golven, schreeuwend om hulp en zwaaiend met hun armen om gezien te worden.”[4] Nog steeds hingen er lege reddingssloepen aan het schip. Na veel gesukkeld slaagden enkele soldaten erin om op die manier van op het zinkend schip te ontsnappen. Maar niet veel later stond het water al tot op het dek.

“De hel brak los”

Meer dan dertig kleine schepen kwamen richting het zinkend schip gevaren om de drenkelingen op te vangen. Door de invallende duisternis ging dit zo moeizaam dat de schepen soms over de zwemmende soldaten vaarden. Ze konden moeilijk naderen, want een slag van het grote schip zou wel eens fataal kunnen zijn. Om half negen weerklonk er een hevige explosie die het dwarsschot van de Leopoldville deed instorten. Na een tweede ontploffing brak de chaos voor de nog bijna duizend soldaten op het schip los. Paniekerig begonnen soldaten met messen de touwen die de reddingssloepen omhoog hielden, door te snijden. Sergeant Daniel Rosenberg herinnert zich: “De hel brak los. Mannen renden, gleden en sprongen overboord in alle richtingen. Trappen, masten, kabels en andere delen van het schip vlogen door de lucht. Ik probeerde de rail vast te grijpen, maar faalde en ik zat met mijn voet vast in een kabel. Ik trachtte me te bevrijden maar dat lukte niet. Het leek of mijn einde gekomen was. Toen schudde een deel van het schip vooruit en kon ik me bevrijden. Ik gleed wegen kon net voordat ik in het water viel me vastklemmen aan een stuk trap dat aan het schip was blijven hangen. Ik kwam recht en sprong zo ver mogelijk in het water. Gelukkig, nam een golf mij verder weg van het wrak en de zuiging.”[5]

De Leopoldville hing nu zo over naar bakboord dat de soldaten niet meer konden rechtstaan. Net als Daniel probeerden ze de railing vast te grijpen. Sommige soldaten wilden zich verlossen van hun zware helm en munitie, maar het weggesmeten materiaal kwam terecht op de mannen in de zee. Luitenant Wurdeman die de torpedo in het begin had zien inslaan, was nog steeds aan boord: “Het grotendeel van de mannen verpletterde tegen de rails aan stuurboord toen ze paniekerig het schip wilden verlaten. Ik ben zeker dat enkele van mijn mannen zo stierven. Net toen het water op het dek kwam, sprong ik in een sloep die op het dek lag. Het water deed de sloep van het schip wegdrijven en ik kon vijf mannen in de boot helpen.”[6]

De laatste reddingssloep

“Vanaf het vertrek van de torpedojager gingen we verder met het neerlaten van de reddingssloepen”, zo schreven de bemanningsleden Brognion, De Pierpont en Verworst in het officiële verslag. “Ze waren volgeladen met troepen. De laatste reddingssloep vertrok om 19u55 en al de vlotten waren toen overboord gegooid en de rest van de troepen hield zich eraan vast. Een sleepboot probeerde de laatste bemanningsleden van het schip te halen: Limbor, Verworst, Van de Kerckhove en Dhoore. Maar de sleepboot kon onmogelijk nabij komen en de resterende beamnningsleden verdwenen onder een hoge golf. Tijdens het uiteindelijk zinken van het schip, vaarden enkele reddingsboten over de scene die de overlevenden van de sloepen en vlotten redden.”[7]

Einde

Iets na negen uur en de Leopoldville begon snel te zinken. Honderden soldaten wachtten in het ijskoude en ruwe water op hulp. Niet alle mannen hadden reddingsvesten gekregen en sommigen wisten amper hoe ze het moesten aandoen. De onervaren soldaten braken hun nek toen ze met de aanspannen vest en vastgesnoerde helm op het harde wateroppervlakte stortten. “Ik zal nooit vergeten hoe ik mee onderging met het schip”, herinnert Norman Bullett zich. “Ik werd meegezogen voor een tijd en een ontploffing stuwde me terug naar boven. Het was beangstigend in het water. Het enige dat ik zag was mannen die wanhopig naar hulp riepen. Ik zag hoe de boog van de Leopoldville zonk, met de mannen die ervan af sprongen. Ik weet niet hoe lang ik in het water was, maar ik begon te bevriezen. Ik greep  een voorbijdrijvende trap vast. Reddingswerker gooiden touwen die we rond ons middel moesten binden zodat zij ons aan boord van hun boot konden trekken. Maar mijn vingers waren te verstijfd en uitgeput dreef ik weg tussen de golven. Maar dan trok een grote golf me opnieuw naar de oppervlakte, dichtbij de reddingsboot. Drie soldaten konden mij vastgrijpen en aan boord trekken.”[8]

Springen?

“Rond 19u sprak iemand van de brug ons toe”, weet Captain Dinwiddie die nog tot het einde op het bovendek stond. “Hij uitte zijn appreciatie voor de orde en discipline die mijn mannen hadden getoond op het schip. Ik veronderstel dat dat de kapitein van het schip was.” Zijn collega Captain William Pursley herinnert zich iets gelijkaardig: “Zo ver ik weet werden alle ordes opgevolgd, zonder te veel rumoer. Ik was onder de indruk van de manier waarop de onderofficiers zich galant inzetten bij de evacuatie van hun mannen, vooral in de laatste tien minuten toen de paniek de kop opstak en het grootste deel van het schip onder water lag. Ook in het water hoorde ik hen de mannen aanmoedigen: ‘Move your arms and feet’, ‘raise your head when you breathe’ en ‘keep your mouth closed’. Ik ben ervan overtuigd dat de bemanningsleden weinig deden omdat ze enkel met hun eigen veiligheid inzaten.”[9] Ook bij Dinwiddie was het tijd om het schip te verlaten: “Rond 20u20 helde het schip zo sterk over naar bakboord dat het begon te zinken langs het achtersteven. Het order om de helmen op het dek te gooien en overboord te springen weerklonk. Tegen die tijd klampten de mannen zich vast aan de rails om zo via het dek in het water te geraken. Vlotten gleden over het dek en raakten enkele mannen. Toen ik vertrok, waren er nog slechts drie mannen op het dek. Ze hielden zich vast aan een kleine reddingssloep en weigerden los te laten. Toen ik wegzwom van het schip waren er overal mannen. Sommigen probeerden een vlot te bereiken, anderen klampten zich vast aan wrakhout of op drijvende rugzakken. We leken snel af te drijven en de reddingsboten waren ver weg. Een uur leek te passeren en nog steeds had geen enkele boot ons bereikt. Toen de boten eindelijk dichterbij kwamen, werden de hulpkreten intenser. Wanneer we aan boord werden getrokken, ontkleedden de hulpverleners ons volledig, rolden ons in dekens, gaven ons een borrel rum en gooiden ons op de banken. Het voelde goed om eindelijk uit het water te zijn en stilletjes aan te ontdooien.”[10]

Een tiental minuten na negen uur zonk de Leopoldville.

Wachten in het ijskoude water

Wie nog leefde, was vaak zo zwak dat de hulpverleners zelf in het ijskoude water moesten springen om hen er uit te halen. Hun zware kledij sleurde de soldaten naar beneden. “Ik had zoveel zout water ingeslikt, dat ik bloed overgaf”, herinnert een negentienjarige soldaat zich.[11] Redders vertellen hoe hun reddingssloep telkens opnieuw door de wind werd weggedreven waardoor de jonge soldaten de greep verloren van het touw dat ze hen hadden toegegooid. “Ik herinner mij hoe we heen en weer gingen naar het rampgebied. De eerste keren kwamen we terug met overlevenden en daarna enkel nog met lijken,” bedenkt een reddingswerker zich.[12]

Toen de kustwacht het bootje met Walter Blunt, ondanks de hevige zee, kon aanhechten, werd Walter eindelijk aan boord gedragen. De hulpverleners legden hem neer dichtbij de aangenaam warme machinekamer. Maar al snel voelde Walter zich misselijk en begon hij het ingeslikte zeewater en olie over te geven. Hij zag hoe andere overlevenden binnen gehaald werden, vaak waren ze er erg aan toe. In Cherbourg werden ze weggebracht met ambulances naar de hospitalen in de buurt. Walter bleek een van de 61 gekwetsten van Company L, terwijl zijn beste vriend Harold Decell die naast hem had geslapen bij de 74 doden van de Company was.[13]

“Hou vol, we zijn er bijna!”

Sergeant Daniel Rosenberg lag in het water: “Hoewel de zoeklichten van de reddingsboten over mij schenen, zagen ze mij niet. Toen wist ik dat ik al mijn energie en hoop voor een beetje geluk moest bundelen. Samen met andere soldaten trachtte ik een vlot van puin te bereiken. Ik kon over de zijde klimmen. Pas na een uur richtte een zoeklicht van een reddingsboot zich op ons. Terwijl we onze adem inhielden, wuifden we hevig. Plots leek er een stem vanuit de hemel te komen: ‘Hou vol, we zijn er bijna!’ De stem doorbrak de duisternis. De boot kwam dichter en ze gooiden een koord. Een per een werden wij aan boord gehesen. Druipnat en al bibberend van de koude, werden we van onze kleding ontdaan, gewikkeld in dekens en op een bank geplaatst. Aan de kust werden we in ambulances naar het ziekenhuis gebracht.”[14] De reddingswerkers deden wat ze konden, maar de hulpverlening verliep erg moeizaam: “Als een drenkeling boven kwam en naar adem snakte, greep hij naar alles in zijn bereik. Meestal was dat een andere soldaat en zo gingen beiden opnieuw onder water. Ik aanschouwde een nachtmerrie, maar ik was wakker”, herinnert Guy Petty zich, die de dood ontsnapte omdat hij net op tijd een touw kon vastgrijpen.[15]

Lees hier het laatste en vijfde deel.


[1] Vrij vertaald uit ANDRADE, Leopoldville, p. 105.

[2] Getuigenis van Bill Everhard: ANDRADE, Leopoldville, p. 112-114.

[3] Vrij vertaald uit ANDRADE, Leopoldville, p. 119.

[4] Vrij vertaal uit ANDRADE, Leopoldville, p. 118.

[5] Vrij vertaal uit: ANDRADE, Leopoldville, p. 125.

[6] Vrij vertaald uit: ANDRADE, Leopoldville, p. 127.

[7] Vrij vertaald uit verklaring van Verworst, De Pierpont en Brognion (Nat. Archive, via Allan Andrade).

[8] Vrij vertaal uit: ANDRADE, Leopoldville, p. 139-140.

[9] Vrij vertaald uit Statement of Captain William E. Pursley, in: National Archive, p. 15.

[10] Vrij vertaald uit Statement of Captain Clyde M. Dinwiddie, in: National Archive, p. 14.

[11] Getuigenis van Arnold Dalkhe, in: ANDRADE, Leopoldville, p. 149.

[12] Getuigenis van Wesley J. McEntarfer, in: Leopoldville, p. 145-146.

[13] Vrij vertaald uit ANDRADE, Leopoldville, p. 102-103.

[14] Vrij vertaald uit: ANDRADE, Leopoldville, p. 137.

[15] Vrij vertaald uit: ANDRADE, Leopoldville, p. 138.

Info

Deze tekst is een interpretatie van historicus Pieter Serrien en is grotendeels gebaseerd op het boek Leopoldville: A Tragedy Too Long Secret van Allan Andrade, uitgegeven in 2009 bij Xlibris Corporation in Verenigde Staten van Amerika, aangevuld met het boek A Night Before Christmas van Jacquin Sanders. Al de tekeningen zijn van de hand van Richard Rockwell.

© Pieter Serrien – 2010 – Alle rechten voorbehouden

Advertisements

7 gedachtes over “Ramp met Leopoldville – Deel 4

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s