Exclusief als longread voor Knack deelde ik de geschiedenis achter een van de aangrijpendste foto’s van de ravage na het dodelijkste bombardement in België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het artikel kunt u via deze link raadplegen, of door gewoon hieronder te lezen. Dit is een herwerkte versie van Het verhaal van de bus.

Pieter Serrien: ‘Omdat het bombardement door de Amerikanen was uitgevoerd, was het voor de Duitsers een ideaal drama voor hun propagandamachine. Ze stuurden meerdere fotografen en zelfs een filmploeg naar de plaats waar honderden nog wanhopig naar familieleden en vrienden aan het zoeken waren.’ De historicus was in 2012 een van de conservators van een tentoonstelling in Gent over onbekende beelden met sterke verhalen erachter. Een beeld vatte voor hem het drama tijdens de Tweede Wereldoorlog samen: een foto van zes mensen bij de uitgebrande bus op het Mortselse Gemeenteplein. 

‘De manier waarop ik achter de geschiedenis van deze foto ben gekomen, toont aan wat de kracht van historisch onderzoek is’, vertelt Serrien. ‘In voorbereiding van de tentoonstelling ging ik  op zoek naar alle mogelijke details in verband met de bus die op 5 april met een dertigtal inzittende uitbrandde. Voor vele getuigen was dit een van dé beelden van het bombardement. Het was dan ook de logische keuze als cover voor mijn boek Tranen over Mortsel.’

De bus naar Edegem en Kontich

‘Mijn eerste stap in het onderzoek was het verhaal van de uitgebrande bus waarbij de zes mensen stonden’, begint Serrien. ‘Tientallen getuigen hebben verteld over de verschrikking op het Gemeenteplein.’ Enkele fragmenten uit het boek Tranen over Mortsel:

Gilbert Verlinden: ‘De draaiende motor verraadde dat de bus op het punt stond te vertrekken. Inmiddels was het motorgebrom van vliegtuigen, dat ik in de verte had gehoord, aangezwollen tot een zwaar geronk dat alsmaar luider werd. Plots waren er enkele forse klappen, gevolgd door een hels geruis alsof alles in mekaar stortte.’

Jef Goossens: ‘Die bus die stond in brand en de deuren waren dicht. Ik hoorde nog mensen kermen in de bus, maar ik kon er niks aan doen. Dat kermen hoor ik soms nog.’

Elvire Vanderbeck: ‘Och, het was zo onmenselijk, zeker toen we voorbij een bus kwamen die vol mensen zat. Het is te zeggen, vol lijken, want op die bus was een voltreffer gevallen.’

Theo Broeckhoven: ‘Die bus zat vol en brandde volledig uit. Ik heb die mensen horen schreeuwen. Ik heb hen horen roepen om hulp. Alles lag er vol lijken.’ 

Yvonne Ceulemans: ‘De chauffeur stak onder de bus, met zijn bovenlichaam nog vrij. Hij leefde nog en riep: “Help mij! Help mij!” Maar niemand kon eraan, want de bus stond in brand.’ 

Het Mortselse Gemeenteplein na het bombardement, met centraal de uitgebrande bus en achteraan de getroffen Sint-Lutgardisschool.

Serrien: ‘Ongeveer dertig – sommige bronnen beweren zelfs 38 – mensen zaten er in de bus. Vele waren op weg naar de Grot van Edegem, een bekend bedevaartsoord. Andere keerden terug naar Kontich na een bezoek aan Antwerpen. Maar niemand bereikte zijn bestemming. Nog steeds zijn niet alle inzittenden bekend.’

Deze foto van de uitgebrande bus met ervoor de teruggevonden resten van de inzittenden. De foto werd gevonden door lokale onderzoeker Bruno Gastmans.

Serrien: ‘Op de achtergrond zocht een troep hulpverleners in een ingestorte woning naar overlevenden. Op de voorgrond stonden enkele verpleegsters met een bebloede draagberrie, gekanteld naar een hoop slordig bijeen verzamelde puinresten voor het uitgebrande karkas. Dat hoopje was wat overbleef van de inzittenden van de bus, verkoolde overblijfselen van mensen waarvan vele nooit geïdentificeerd worden.’

Een ingekleurde foto van Celine Delicaet en haar bus.

Toch kon Pieter Serrien enkele verhalen van de businzittenden achterhalen, dank zij een uitvoerig archiefonderzoek en gesprekken met families van mogelijke slachtoffers. Zo was er Celine Delicaet, de ontvangster van de getroffen autobus. Ze stierf in haar bus. De Kontichse Paula De Baerdemaeker had boodschappen gedaan in Mortsel en nam de bus terug naar huis. Haar broer vond enkel een stukje van haar handschoen terug. De 61 jaar oude Antoinette Bosch was niet goed te been en miste daardoor de bus. Ze moest wachten tot halfvier om haar zus een bezoek te brengen. Ze kwam nooit aan, vertelde Maria toen ze haar zus ging opgeven als vermist. Er werd nooit iets van Antoinette teruggevonden. Frans Cornille had die dag verlof op Gevaert. Zijn vrouw Maria Segers was naaigerief gaan kopen in Oude-God: ‘Ze moet op het tijdstip van het bombardement aan de bushalte gestaan hebben. Ik hoorde van het bombardement en ging kijken. We dachten dat Gevaert geraakt was. Op de Boniverlei werden we tegengehouden en hoorden we voor het eerst over de ravage in het centrum. Ik ging op zoek naar mijn vrouw en vond haar in de gang van het Sint-Jozefziekenhuis. Daar is ze doodgebloed.’

De fotograaf

Deze foto van Kropf werd genomen aan de Belgische kust in 1940. Het is een van de zeldzame foto’s van de fotograaf (en in kleur!).

Serrien: ’Via de krantenarchieven ontdekte ik dat de foto genomen werd door Otto Kropf van de Propaganda-Abteilung Belgien, agentschap Sipho. Hij kwam de week na het bombardement enkele malen naar het rampgebied, waar hij voornamelijk foto’s nam van slachtoffers bij hun inderhaast verzamelde huisraad. Enkele van zijn afbeeldingen verschenen later in de propagandablaadjes Signaal en een speciale editie getiteld ‘l Hécatombe d’enfants à Anvers.’

Otto Kropf was een van belangrijkste Duitse fotografen. Hij maakte meerdere kleurenfotoreportages van het leven in bezet België. Door de ontdekking van Serrien werd duidelijk dat hij ook na 1942 actief bleef als propagandafotograaf. Zijn bezoek aan Mortsel leverde heel wat pakkende beelden op, die ons vandaag helpen het drama te herdenken. Maar de foto’s blijven propaganda, gemaakt door een fotograaf die de opdracht had zo’n pakkend mogelijke beelden te maken. Hieronder enkele van de andere foto’s die Otto Kropf nam.

    

Het koppel

Serrien: ‘Maar ik wilde ook weten wie er op de bekende foto stond. Ik publiceerde een oproep in de kranten, hing posters en verspreidde flyers in het Antwerpse. De telefoon die ik kreeg enkele avonden nadien, zal ik nooit vergeten.’ Aan de andere kant van de lijn hoorde hij de stem van Antwerpenaar Marcel Michel (1921-2015). Die zei: ‘De treurende vrouw op die foto, dat is mijn meter.’ Serrien sprong op de fiets en ging bij Marcel op bezoek, samen met diens zoon en kleinzoon.

Serrien: ‘Marcel vertelde mij over het drama dat zijn familie op 5 april overkwam. Hij was toen niet in het land. Hij was verplicht tewerkgesteld in Duitsland. De man op de foto was Maurice Chovau. In zijn armen, zijn wenende vrouw Yvonne Michiels. Al drie dagen lang waren ze op zoek geweest naar hun dochtertje Lydia en naar Clara Michiels, Yvonnes zus en de alleenstaande mama van Marcel. In de voormiddag van 5 april was tante Clara hun dochtertje komen ophalen in de Antwerpse Carnotstraat om samen naar de Grot van Edegem te gaan om te bidden voor Marcel, want die zat in Duitsland waar er regelmatig gebombardeerd werd. Op het Mortselse Gemeenteplein stapten ze van de tram over op de bus…’

Een tweede foto van Maurice Chovau en zijn vrouw Yvonne Michiels bij de uitgebrande bus.

Toen Otto Kropf de foto’s nam, barstte Yvonne in tranen uit. Hoogstwaarschijnlijk was net het vermoed van het koppel bevestigd: hun dochtertje was dood. Een kinderschoentje op het wrak voor hen, stond onheilspellend waar ooit zitbanken waren. Maurice en Yvonne vonden nog een stuk vuile kleding van Lydia, dat ze uitknipten, schoonwasten en mee naar huis namen. Misschien was het een van de kledingstukken die de onbekende vrouw aan het koppel toonde op de foto. Door de kleding en het schoentje kon hun dochtertje toch nog geïdentificeerd worden en zo ook tante Clara. 

Hieronder twee foto’s die voor altijd gekoesterd zijn binnen de familie Michel-Chovau. Links: het gezin op de Meir. Over de rechtse foto vertelde Marcel: ‘Nonkel Maurice en Tante Yvonne kwamen hun verlies nooit te boven. Het portret van Lydia stond altijd op de schouw. Het bleef hun kindje.’

Het meisje

Voor de fotograaf was de uitgebrande bus het symbool voor de gruwel in Mortsel. Misschien legde hij daarom meerdere taferelen rond de bus vast op foto’s die veelvuldig in de kranten verschenen. Op enkele daarvan stond de dertienjarige Huguette Goetgeluck. Zij is ook het meisje dat met haar gezicht achter de schouder van Maurice Chovau stond op de eerste foto. Zij maakte het bombardement mee in de Sint-Vincentiusschool. Ze moesten naar de kelder, waar ze door de paniek in en uit liepen. Op de speelplaats zag ze hoe de inslaande bommen haar school vernietigden en 100 kinderen de dood in joegen.

Een van de meest indrukwekkende foto’s van Huguette Goetgeluck.

Huguette woonde op het Gemeenteplein, waar haar ouders een patisseriezaak hadden. Toen de bommen vielen, was vader Alfons samen met enkele metsers bezig met verbouwingen. Snel sprongen ze in een kuil achter het huis. Het was hun redding want een voltreffer maakte alles met de grond gelijk, enkel een achterhuisje bleef overeind. Huguette vertelt: ‘Vader kwam mij en mijn zusje eerst halen. Ik was gekwetst door glas aan mijn hand. Ons huis lag in puin en samen met enkele Duitsers trachtten vader en moeder huisraad te redden.’ Huguette kreeg de opdracht om het verzamelde huisraad te bewaken. Toen maakte Otto Kropf enkele foto’s van het meisje. Het leverde pakkende beelden op, ideaal voor zijn propagandadoeleinden.

Huguette: ‘Alles was verwoest. Vader haalde een ei en een kerstbal ongeschonden uit het puin, terwijl onze piano totaal verwrongen was. ’s Avonds moesten we weg omdat de Duitsers dieven geen kans wilden geven. ’s Morgens mochten we dan terug zoeken. Ons vader is tijdens het puin ruimen gewond geraakt. Hij kreeg een houweel van een Duitser in zijn voorhoofd, met een lelijke wonde als gevolg. Hij werd weggevoerd met een camion, maar  hij kroop er terug uit om bij zijn familie te blijven.’ Alfons Goetgeluck kreeg een hoofdverband en ging opnieuw op zoek naar huisraad. Ook dat moment werd door Otto Kropf vastgelegd op foto.

Symbool

Volgens Pieter Serrien is de foto een symbool geworden van oorlogsleed: ‘De verhalen van het koppel en het meisje tonen wat oorlog echt betekent: onschuldige burgers die in het spervuur terechtkomen. Vandaag doet de foto ons denken aan de bombardementen in onder meer Syrië en Jemen. Ook daar worden bommen van hoge hoogte gedropt op doelwitten, maar treffen ze burgers. 5 april 1943 is niet alleen het dodelijkste bombardement uit onze geschiedenis, maar ook een herinnering aan wat oorlogsgeweld kan aanrichten. Dit is de belangrijkste motivatie om de 75ste herdenking niet zomaar voorbij te laten gaan in Mortsel, maar ook in de rest van ons land en zelfs in heel Europa.’

Tijdens de herdenking van 7 april 2018 ontmoette de familie Michel hun Antwerpse burgemeester.

(c) Pieter Serrien – 2018. Voor de rechten op de foto’s verwijzen we naar de fotoverantwoording in Tranen over Mortsel.

2 gedachten over “Het verhaal achter de coverfoto van Tranen over Mortsel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s