Zoon van een Vlaamse moeder en Franse vader. Hij kwam in 1551 naar de Nederlanden en koos voor een militaire loopbaan in de artillerie. Op voordracht van enkele ridders van het Gulden Vlies werd hij benoemd tot ‘heraut’ van de Orde, dat wil zeggen als wapenkoning wanneer de Vliesridders hun toernooien hadden. Hij was een van de badende edelen in Spa samen met Jan van Marnix, Gilles le Clercq en Lodewijk van Nassau. Daarna werd hij een van de initiatiefnemers van het Eedverbond der Edelen en het Smeekschrift. Hij diende als officier in het leger van Willem van Oranje.
“Na zijn studies trad hij in militaire dienst en verdiepte hij zich in de artillerie. Hij moet een goede reputatie hebben opgebouwd, want hij werd voorgedragen tot heraut van de Orde van de Gulden Vlies. Misschien droomde hij er stilletjes van ooit tot ridder geslagen te worden van deze legendarische Bourgondische orde, een select gezelschap van koningszonen of hoge edelen zoals Egmont, Horne en Oranje. Voorlopig moest hij het stellen met zijn functie als scheidsrechter bij de fantastische toernooien die de Orde organiseerde. Later maakte hij kennis met de ideeën van Calvijn en belandde hij in hetzelfde opstandige bad in Spa.” (In opstand!, p. 27)
Zie In opstand! p. 25, 27, 31, 40, 71, 89, 203.