De Vlaamse Geuzenhoek
Jacob Blommaert was een geuzenkapitein uit de streek rond Oudenaarde, Korsele en Horebeke. Zijn verhaal is niet uitgewerkt in In opstand!. Net als velen in de streek die tot vandaag bekend staat als de Geuzenhoek, was hij een aanhanger van het calvinisme en de adellijke geuzen die in 1566 het Smeekschrift indienden. Als voormalig lokaal politicus in Pamele had hij een aanzienlijke aanhang. Hij werd in 1567 voor vijftig jaar verbannen ten gevolge van zijn geloof, geuzenacties en steun aan de beeldenstorm. Over zijn beginjaren als geus bestaat veel verwarring, maar Emanuel van Meteren, de eerste historicus van de Opstand, schreef: “Desen Blommaert hadde te voor de Frince van Orangien lange gedient op den Dijck van Oosterweele gestrede ende diversche tochten met hem ghedaen op eygen Borse en hem daer nae tot Franckendael onthouden ende capiteyn ghemaect zijnde heeft hem nae de Revolte tot Vlissingen begeve.”
Hieruit kunnen we concluderen dat Blommaert aanwezig was bij de slachting van Oosterweel op 13 maart 1567. Waarschijnlijk werd hij daarom verbannen. Hij diende daar onder Jan van Marnix (‘de Eerste Geus’) en betaalde uit eigen zak de soldaten die onder hem vochten. Hij was een van de weinige overlevenden toen de regeringstroepen een verrassingsaanval lanceerden. Daarna trok hij vermoedelijk naar Engeland, waar hij in contact kwam met de vluchtelingengemeentes en de latere watergeuzen. Hij schopte het tot kapitein in het geuzenleger.
Als watergeus nam hij deel aan de verovering van Den Briel op 1 april 1572 onder leiding van Lumey. Hij werd snel naar Vlissingen gestuurd, waar op 6 april een volksrevolte was uitgebroken. Op Walcheren kreeg hij uiteindelijk in augustus zijn belangrijkste missie. Hij ging naar zijn geboortestreek en wist daar een grote groep rebellen rond zich te verzamelen die allemaal trouw zweerden aan Oranje. Ze verscholen met zo’n vierhonderd in de bossen rond Etikhove. Een tijdgenoot getuigde: “Hij is bedectelick [op slinkse wijze] neergeslagen [terechtgekomen] omtrent Oudenaarde, in de bossen en in sommigen huizen die hij kende, persuaderende [overtuigende] daartoe brengende veel diverse personen van Nukerke, Kwaremont, Ronse, Etikhove, Leupegem en daar omtrent, die tesamen de 18 van augustus, al op stilte in van middernacht vergaarden in Etikhove, doende hem daar zijn eed als kapitein uit naam van de Prins van Oranje…” Door deze manier van schuilen en afspreken worden ze vaak bosgeuzen genoemd, zoals de eerste (en totaal andere) bosgeuzen in de Westhoek van 1567-1568 (zie Jan Camerlynck).
Op 6 september 1572 was de geuzeninvasie in gevaar. In Frankrijk waren de protestantse bondgenoten massaal afgeslacht tijdens de Sint-Bartolomeusnacht en bij Bergen waren Oranje en zijn broer Lodewijk van Nassau verslagen door het leger van Alva. Dat was voor Blommaert het signaal om een aanval op Oudenaarde te lanceren.
Bibliografie
- Van Ommeslaeghe, Flor., ‘Twintig bloedige jaren uit de geschiedenis van Oudenaarde vóór en na october 1572’, in: Westerbeke, W (ed.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Oudenaarde in Vlaanderen, Middelburg: Stichting Gihonbron, 2008 (herzien 2020). Online te raadplegen via deze link. Alle aangehaalde citaten hierboven komen uit deze interessante publicatie.