16 december 1944: V1 Kessel station

Meer info over het boek

Terug naar het overzicht van V-inslagen

(c) Heemkring De Poemp
(c) Heemkring De Poemp

In het Vlaams-Brabantse Kessel was Maria Houben (°1918) die morgen samen met haar man en twee jonge kinderen wakker geworden in het nabijgelegen fort, waar ze het laatste half jaar hadden overnacht om te schuilen voor de bommen: ‘Het moet rond kwart voor zeven geweest zijn dat mijn man Louis naar de beenhouwer ging om ons rantsoen op te halen. Ons zoontje Herwig liep in huis wat rond en ons dochtertje van één jaar lag in demaria-houben voiture te slapen, bedekt met een deken tegen de koude. Opeens hoorde ik het ratelen van een V1 naderbijkomen. Onze oren waren er op geoefend: de bom vloog onheilspellend laag. Ik greep mijn zoontje vast en liep naar de kelder. We waren amper twee treden naar beneden toen een geweldige ontploffing ons huis deed schudden en daveren. Door de luchtverplaatsing vlogen de ruiten aan diggelen. Glasscherven lagen overal verspreid en glassplinters staken in het dekentje waaronder ons dochtertje nog vredig lag te slapen. Ik liep naar buiten en hoorde roepen dat er een bom op het plein voor de statie was ingeslagen. Ik werd ontzettend bang.’ De man van Maria was net daar naar de slager gegaan.

‘Toen kwam Louis aangelopen’, vervolgt ze opgelucht. ‘Ik haalde ons zoontje uit de kelder en weende van blijdschap. “Wat is er daar gebeurd?” vroeg ik. “Moeder, ik kom niet van de statie. Het is heel eigenaardig, maar toen ik op weg was naar de beenhouwer, besloot ik om naar die in het dorp te gaan. Als ik de bom hoorde aankomen, duikelde ik de grans in en op hetzelfde ogenblik was er een geweldige knal. Het leek of de bodem van de gracht omhoog kwam. Straatkasseien vlogen over mijn hoofd! Toen het stil werd, ben ik naar hier gelopen, bang van wat ik hier zou vinden.”’ Ze waren er met de schrik van af gekomen. Louis ging kijken aan het station naar de schade: ‘Lang is hij niet weggebleven. “Het is verschrikkelijk”, zei hij. De V1 had in het midden van het plein een grote put geslagen en het huis van Fons was één grote puinhoop. Zoon Frans die naar buiten liep, werd onder de neerstortende gevelmuur verpletterd. Hij was op slag dood. Fons en zijn andere zoon lagen onder het puin bedolven. Zij werden gered. Misdienaar Gaston Van den Eeden ging op dat tijdstip naar de mis van zeven uur in de noodkapel. Hij werd getroffen door een weggekatapulteerde kassei en lag wekenlang in kritieke toestand in de kliniek. Maar hij genas. Bij de beenhouwer, waar de mensen stonden aan te schuiven, kreeg de dertienjarige Alfons Van den Broeck door een bomscherf door een long. Hij overleed enkele uren later in de kliniek in Lier. Ik ben ook gaan kijken. Het station was bijna volledig verwoest. De voorgevel van het café was weggeblazen. De uitbaatster lag nog in een bed dat dreigde op straat te vallen. In gans de Statiestraat waren de ramen en deuren uit de muren gerukt. Terwijl ik naar de ravage stond te kijken, kwamen Engelse soldaten van tussen het puin van het station. Op een deur droegen ze een vrouw naar een legerauto en voerde haar weg.’ Enkele uren later vernam Maria dat de weggevoerde vrouw haar nicht Bertha was. ‘Ze had een betonnen draagbalk op het hoofd gekregen, op het ogenblik dat zij achter de stationschef en zijn vrouw de kelder invluchtte. Twee dagen later bezweek zij aan haar verwondingen.’ De drie dodelijke slachtoffers in Kessel werden vergeten in de officiële geschiedenissen.

Maria Houben overleed in 2016, tijdens het schrijven van Elke dag angst. Haar zoon Kris Van Brandt deelde het verhaal dat ze opschreef in: HOUBEN, Maria, ‘V1 valt op Kessel-Station’, in: De Poemp. Driemaandelijks tijdschrift Heemkring Davidsfonds Nijlen, Nijlen, nr. 57 (2008), 7.

92kessel92v1kapot1