Een uniek kinderboek
Drie weken mocht ik samen met mijn zoontje Chiel het prachtige boek De pop van Alie en Roos voorstellen in een volgeladen Boekuil in Mortsel. Ik had de eer om de auteur Tania Dylgat te begeleiden tijdens haar schrijfproces, haar te vertellen over het bombardement van 5 april 1943 en het lange zwijgen in onze stad. Het was nog een grotere eer om het boek te lezen samen met mijn zoon, die het aandurfde om tijdens de voorstelling het woord te nemen en enkele vragen te stellen. Tania en de illustrator Miep Embrechts toonden ons en het geïnteresseerde publiek hoe ze het verhaal van Alie en Roos hebben verwerkt in een uniek kinderboek. Na de voorstelling kreeg Chiel een gepersonaliseerde boodschap in morsecode en een papieren bootje gevouwen van Tania’s schrijfnotities. Ik kreeg een ingekaderde prent uit het boek: de twee meisjes Alie en Roos die zwaaien naar de geallieerde vliegtuigen zonder dat ze beseffen dat spoedig niet alleen de Duitse vijanden maar zijzelf gebombardeerd zouden worden…
Jullie weten welk boek meteen moet gaan kopen. Voor jonge en oudere lezers! Een zeer toegankelijk en ontroerend verhaal.
Hieronder drie foto’s genomen door een fotograaf in de zaal ( © Miep Embrechts & Tania Dylgat):



En de tekst die Chiel bracht:
Hallo
Ik ben Chiel. Ik ben zeven jaar. Dat is mijn papa. Ik volg toneelles hier om de hoek in de Eggestraat. Dit is Flor. Hij was tijdens de oorlog zeven jaar. Hij woonde hier boven de boekhandel met zijn mama, want zijn papa was gevangen door de Duitsers. Tijdens het bombardement was hij hier om de hoek. Zijn school was in hetzelfde gebouw waar ik elke woensdag toneelles volg. Nu ben ik op twee dagen in Flor zijn klas en zijn huis geweest. Dit is Knubbe, ik heb hem meegenomen omdat hij mijn lievelingsknuffel is. Ik ga de getuigenis van Flor voorlezen, die tijdens het bombardement even oud was als ik.
‘Het was mooi weer, zoals vandaag. Plotseling hoorden we gerommel in de verte. Bonken dus, later het gerammel van glas en het breken van glas. Toen liep iedereen naar de deur. Het was een smalle deur in die tijd. Iedereen ging naar beneden, onder de trap, behalve ik, want ik was tamelijk traag. Toen viel de bom op de gang en waren we allemaal bedolven onder het puin en de zware trap. Alles werd zwart en toen ik bijkwam lag ik onder een hele hoop stenen. Verschillende van mijn klasgenootjes waren dood. Het duurde lang voor ik werd bevrijd, veel te lang. Hulpverleners brachten me naar huis waar nu de boekenwinkel is. Toen ik in de spiegel keek, herkende ik mezelf niet meer. Alles was kapot, de ruiten, alles, maar het huis stond er nog. Uit het brood hebben we de glassplinters gehaald en dat hebben we dan nog kunnen opeten. bIk heb heel lang niet kunnen praten over het bombardement. Tot ik na dertig jaar niet anders kon dan er een tekening over te maken. Ik tekende mezelf in de grote puinhoop waar ik in vast zat en waaruit 23 van mijn vriendjes dood zijn uitgehaald. Ik weet niet meer dat ik die tekening heb gemaakt. Tot dan had ik vaak nachtmerries. De tekening hielp. Daarna praatte ik wel. Maar vergeten kan ik het nooit. Ook mijn papa. Toen na de oorlog alle gevangenen terugkwamen uit Duitsland, kwam hij niet terug. Hij is nooit teruggekomen. We hebben nooit gehoord wat er met hem gebeurd is.’
Dit is mijn tekening voor Flor.
Flor schreef een gedichtje over zijn oorlogsherinneringen:
het zwijgen
als men de stilte
niet meer hoort,
wie roept daar dan?
Herdenking 2026
Gisteren gaf Peter Adriaenssens de jaarlijkse 5april-lezing in het CC van Mortsel, voor de vijfde keer georganiseerd door de stad en onze vzw 5 april 1943. Als voorzitter mocht ik de bekende kinderpsychiater en Mortselaar inleiden. Ik vertelde het bijzondere verhaal van Helene Belis. In de zaal zat een 93-jarige overlevende van het bombardement die nog met Helene op school had gezeten. Ze was voor de eerste keer in haar lange leven naar een herdenkingsactiviteit gekomen. Komende zaterdag 4 april om 11 uur is iedereen welkom op het ereperk in Mortsel-Dorp voor de jaarlijkse herdenkingsplechtigheid.


