Vandaag herdachten we in Mortsel voor de 81ste keer het Amerikaanse bombardement van 5 april 1943. Die dag stierven er 936 mensen, onder wie meer dan 200 jonge kinderen. Ik had opnieuw de eer om een toespraak te houden. Mijn kindjes legden samen met anderen bloemen neer aan de eeuwig witte kruisjes. Dank aan alle aanwezigen, aan onze herdenkingsvzw en de Stad Mortsel.

Foto Ronny Mullens.

Hanah stond met haar driejarige kleindochter Julia en vijfjarige kleinzoon op het balkon terwijl de rest van de familie binnen de tafel aan het dekken was. Ze vertelt wat er toen gebeurde: ’Plots voelde ik mijn lichaam door de lucht vliegen. Ik viel op de vloer, net als de twee kinderen. Overal was er stof en puin. Er was rook en ik kon vuur ruiken. Ik kon niet meer recht komen, zat vast. En toen stortte ons appartementsgebouw in.’ 

Het volgende moment werd Hanah wakker in het ziekenhuis met haar kleindochter naast zich. Haar kleinzoon bleef dood achter tussen het puin. De twee zagen hoe de lichamen van de rest van hun familie werden binnengebracht.

‘Ik zag hen liggen: mijn twee zonen, mijn drie dochters, mijn schoondochter en nog twee kleinkinderen. Ik kon gewoon niet meer. Ik kon niet naar hen toegaan. Alleen ik, mijn andere twee zonen en mijn kleindochter Julia waren nog over van onze familie. Ik moest voor haar zowel vader als moeder worden.’

Deze getuigenis is niet van een Mortselse grootmoeder 81 jaar geleden, maar van een Palestijnse oma enkele maanden geleden.

Ik heb gezocht naar getuigenissen van de kinderen van Gaza, maar die zijn amper te vinden. Hun stemmen zijn verstild. Ze worden amper gehoord. Zullen ze daar ook tientallen jaren nodig hebben om woorden voor hun trauma’s te vinden?

‘Ik speel met de kinderen die nog overblijven’, getuigt Dweidar Yazan. Hij vertelt hoe ze alleen kunnen spelen tussen het puin van de kapotgebombardeerde appartementsblokken. ‘We weten dat het gevaarlijk is’, zegt een ander kind. ‘Maar spelen doen we gewoon het liefst.’

Wie zal hun verhaal vertellen? Welke historicus zal hun tranen beschrijven? Wie zal naar hen luisteren?

Hoe vertel je het verhaal van kinderen onder de bommen? Van zij die overbleven na de grootste gruwel?

Hier in Mortsel deed Elvire Vanderbeck dat. Ze overleefde de bommen op Sint-Vincentius. Meer dan 100 schoolgenootjes stierven op dezelfde plek. In het ziekenhuis hield ze een dagboek bij, dat begint over de mooie lentedag, net als vandaag. Ik lees daar een stukje uit voor.

‘De les begint en plots horen we in de verte gerommel. Ik loop naar Sœur Marie-Pierre, maar het gerommel komt dichterbij, het is oorverdovend. God wat is dat? Er heerst paniek en dan een daverend lawaai alsof de wereld vergaat. Het is zo donker, stof, overal stof en zwarte rook. Ik geef een hand aan Anneke en we lopen samen naar de deur van de gang, maar er valt een bom op de speelplaats, mijn oren doen zo’n pijn van het lawaai. Plots laat An mijn hand los en valt naast me neer. Ik zeg: “Kom, An, sta recht”, maar ze ligt daar met haar mondje een beetje open en haar helderblauwe ogen staren me aan. Ik blijf maar roepen op Anneke, maar ze blijft me aanstaren. Ik huil en wil haar helpen, maar een onderwijzeres neemt mijn hand. Maar ik wil bij An blijven. Plots weet ik dat ik die mooie blauwe starende ogen nooit vergeten zal, neen, nooit! Want Anneke was dood! Hoe kon dat nu?’

Foto Ronny Mullens.

Elvire belandde in de grote bomput. Ze vervolgde in haar dagboek: ‘Ik wil roepen, maar ik kan niet, of wel? Het is allemaal zo onwezenlijk. Mijn mond zit vol zand. Ik probeer het met mijn speeksel te verwijderen. Plots voel ik met mijn rechterhand een handje. Een heel koud handje. Er ligt iemand naast me. Dat handje laat ik niet meer los. Zo voel ik me niet alleen. Plots met een ruk heb ik het vast, maar dan besef ik dat ik een afgerukt armpje vast heb en niet het meisje waar ik op hoopte.’

Ik begin te huilen. Mijn rug, mijn benen, och heel mijn lichaam is zo pijnlijk en ik begin bang te worden. Ik begin te bidden. Och mama, kom toch, en Anneke… Waarom mocht ik haar niet helpen? Mama, alsjeblieft, kom!’

Elvire in het ziekenhuis.

Na ‘oneindig lang’ in de bomput te liggen, werd Elvire gered. Een maand later deed ze als een van de enige overlevenden van haar klas haar plechtige communie. Ze zou de blikken in de ogen van de ouders wiens kinderen wel waren gestorven nooit vergeten. Zij bleef over, de rest was dood. Tientallen jaren later ging Elvire met haar dagboekje naar lagere scholen. Door haar verhaal te doen, zorgde ze dat wat er op 5 april 1943 gebeurde nooit vergeten zou worden.

En dat doen wij hier, vandaag, na 81 jaar nog altijd. Samen herdenken blijft zo belangrijk. Dat vandaag vele tienduizenden kinderen moeten leven onder de bommen is waanzin, het is een groot onrecht. Laat het stoppen. 

– – –

Het Antwerps Persbureau was zoals altijd aanwezig. Het fotoverslag kan je bekijken/lezen via deze link. De andere foto’s hierboven zijn gemaakt door Danielle Roubroeks.

Morgen is het een half jaar geleden dat de gruwelijke terreuraanslagen van Hamas in Israël plaatsvonden. Er waren 1200 doden, onder wie bijna 40 kinderen. Daarop volgde de oorlog die nog steeds vele levens eist. In Gaza leven 1 miljoen kinderen onder de bommen. 33.000 Palestijnen zijn reeds omgekomen, naar schatting een derde van hen zijn kinderen.

Getuigenis van de oma Hanah Saleh vond ik op de website van een Israëlische NGO die de stemmen uit Gaza wil laten horen. Klik op de link voor het verhaal van Hanah.

De getuigenis van Dweidar Yazan en andere kinderen vond ik op deze site.

Foto Ronny Mullens.

2 gedachten over “Zij die nog overblijven – Herdenkingstoespraak 5 april 2024

  1. Een heel pakkende en objectieve toespraak.Zonder in discusie te treden, bestond Palestina en Gaza al niet in de tijd van Jezus Christus? En is het niet zo dat sinds 1948 Israel er de plak zwaait ?
    Hoe dan ook als 10 jarige naieve knaap, wonende in Berchem heb ik de oorlog bewust meegemaakt. De inval en bezetting door de Duisters, de bombardementen door de gealieerden. Het nachtelijk schouwspel van een vliegtuig dat als een zilveren vogel gevangen zal in talrijke schijnwerpers van op de grond en de vuurrode bommen, als een rozenkrans door het afweergeschut werd afgevuurd in de richting van het vliegtuig. Zonder het drama te beseffen vonden wij (de jeugd) dat een fantastisch schouwspel. Ik woonde ook de bevrijding mee, de vluchtende Duitsers, de Amerikaanse, Engelse en Canadese soldaten. De plundering van de Duitse kazernes, de onthaarde vrouwen die op een camion werden rond gereden. De collarobateurs die werd opgesloten in de Leeuwenkooi van de Zoo. Ten slotte de vliegende bommen V1 en v2 die dagelijks op ons neerkwamen anderhalf jaar lang (6 familieleden kwamen in één klap om, bij een V2 ,de voorlaatste bom die in Mortsel neerkwam).
    Dus ik besef ten volle wat de mensen in Gaza en Oekraine meemaken, ik leef met ze mee.
    Paul Crevels, 93 jaar uit Deurne. paul.crevels@hotmail.com

Plaats een reactie