Meer info over het boek

Terug naar het overzicht van V-inslagen

Kort na de middag trof een V1 ‘vliegende bom’ Schoten. Er waren zeven doden. Katrien Tys schreef hoe haar familie getroffen werd: ‘Het verhaal heb ik meegekregen van mijn grootvader toen ik veertien was, in het jaar 1991. Vlak voordat hij gestorven is. Zijn naam was Maurice Bloemen. Hij was getrouw met Joke Cuypers. Ze kregen een zoontje: Geertje. Hij had twee schoonzussen, die beide getrouwd waren met heren die tijdens de oorlog voor Vlaanderen en de nazi’s kozen. Na de bevrijding van Antwerpen vluchtten de twee schoonbroers. Rosa Cuypers bleef met kind en hoogzwanger alleen achter.’

‘Maurice was een lieve en zachtaardige mens. Hij was dolgelukkig met zijn vrouwtje en hun pasgeboren zoontje. De foto waar ze beiden op staan, is getrokken op hun huwelijksreis. Maar op 12 november 1944 sloeg het noodlot toe. Maurice vertrok vroeg om Rosa te helpen met administratief werk. Het was bekend dat haar man voor de verkeerde kant was en ze had het niet gemakkelijk om alles te regelen. Joke ging met Geertje in een koets naar de kerk. Toen Maurice ’s avonds terugkeerde, vond hij hun huis in puin. Er waren mensen toegesneld om te zoeken naar Joke en Geertje in het puin. Maurice vernam dat vlakbij een Duitse V1 was ingeslagen en begon mee te zoeken. Na een nacht zoeken vonden ze niets. Waar waren zijn vrouw en kind?’
‘De volgende dag sprak een jongeman uit de straat Maurice aan. Hij was bij de V1-inslag weggeslagen en tegen een tram gevlogen. Hij had de hele nacht in een ziekenboeg gelegen. Hij vertelde Maurice dat hij had gezien dat Joke en hun zoontje hun huis waren binnengaan, net voor de bom insloeg. Met een zwaar hart begonnen ze te zoeken op de plek waar de voordeur had gestaan en inderdaad… daar hebben ze de twee gevonden. Geertje lag nog in zijn wieg, ongeschonden, gestikt door het stof. Joke was verpletterd. Ze had haar jas nog aan.’
‘Hoe Maurice dit heeft kunnen verwerken, weet ik niet. Ik vind in het familiearchief brieven die hij naar zijn familie stuurde, waarin hij schreef over hun wreed lot. Ik ontdek de vreselijke administratieve rompslomp die erna volgde: papieren en papieren die hij moest invullen over zijn bezittingen… Het laatste onderhemdje van Geertje ligt nog boven in mijn kast. Het moet gruwelijk geweest zijn. Tot zijn laatste dagen zijn Joke en Geertje bij hem gebleven.’
‘Maurice hertrouwde in 1952 met zijn schoonzus, die alleen was met twee kinderen. Zo werd hij mijn grootvader. Hij bleef zorgen voor de zus van zijn Joke. Hij is gelukkig geweest, daar ben ik zeker van. Het is erg om te zeggen, maar zonder deze bominslag was ik nooit geboren. Omdat Maurice met mijn grootmoeder getrouwd is en ze in Wijnegem zijn gaan wonen, is mijn papa mijn moeder tegen gekomen en zijn ze een gezin begonnen. Door de dood van Joke, besta ik.’