Sajetwerker, geboren in Hondschote rond 1528 als Jan van de Camere, die in Brugge woonde tot zijn vrouw en kind aan de pest bezweken. Daarna keerde hij terug naar zijn geboortestad en bekeerde hij zich tot het calvinisme. Als lijfwacht van predikant Sebastiaan Matte lag hij aan de basis van de eerste beeldenstorm. Normaal gezien had die samen met Jan Denijs de gewapende geuzenopstand in het najaar van 1566 in de Westhoek opgezet, maar Camerlynck werd gearresteerd bij de poging om in Brugge de beeldenstorm te ontketenen. Begin 1567 werd hij vrijgelaten en hij meldde zich meteen aan om te strijden in het leger van Brederode en Jan van Marnix. Toen die verslagen werden, keerde hij opnieuw terug naar zijn geboortestreek waar hij zich verschool voor de vervolging onder Alva. Camerlynck ontpopte zich daar tot de leider van de bosgeuzen in de Westhoek. Hij werkte aanvankelijk in opdracht van de Brugse edelman Jakob van Heule.
Zie In opstand! p. 80, 82, 83, 85, 148, 183, 186, 187, 191, 193 – 198, 217, 222 – 229, 545, 554 .