26 oktober 1944: V2 de Cremerstraat Rupelmonde

Meer info over het boek

Terug naar het overzicht van V-inslagen

Terwijl de eerste verhalen over de V2-inslagen in Antwerpen Rupelmonde nog maar net bereikt hadden, sloeg in de namiddag van 26 oktober plots een raket in op de Geeraard de Cremerstraat. Voor de oudere Rupelmondenaars is het bombardement bekend als ‘De V2-bom op de patronosie’.

Het Gildenhuis voor de vernietigende inslag.

Hector De Ryck (°1921) woonde in het getroffen Gildenhuis: ‘Op het moment van de inslag, om 16.10 uur, was ik aan het werk op de scheepswerf te Rupelmonde. Toen ik de inslag hoorde, ben ik, samen met een aantal collega’s, onmiddellijk naar de plaats van het onheil gesneld. Het was een verschrikkelijk aanzicht; alle omstanders gingen op zoek naar eventuele overlevenden. Persoonlijk werd ik diep getroffen toen men onder de brokstukken het lichaam van mijn moeder ontdekte. Dat moment zal mij altijd bijblijven.’

‘Naar best vermogen heb ik een grondplan getekend, om een goed beeld te kunnen geven waar de slachtoffers, tien in totaal, vermoedelijk zijn gevallen. Op de tekening bemerk je het Gildenhuis en het daarnaast gelegen huis van beenhouwer Hector Vlaeminck die beiden door de V2-raket volledig werden vernield. De rode ster verwijst naar de plaats waar de raket waarschijnlijk is ingeslagen. Er wordt aangenomen dat vader Hector en zoon Michel Vlaeminck zich juist op die plaats bevonden, omdat van hun lichamen weinig of niets is teruggevonden. In de slachterij, achteraan in de woning van de beenhouwer werd Clementine Bollé getroffen. Zij was voor één dag de vervangster van Antoinette Faes, die vaste meid was bij beenhouwer Vlaeminck.’

‘Mijn moeder, Urbanie Stoop, werd onder het puin van Het Gildenhuis, in de woonplaats aangetroffen. Bij het hek vlak tegenover de achterzijde van de kerk, vonden Gustje Felix en Emiel Claus de dood. Zij hadden juist het bureel van de bond verlaten.’

Marie-Joséke Breugelmans

‘Op het voetpad voor het tramhokje werd Honoré Van den Broeck dodelijk gewond door de rondvliegende brokstukken. Het achtste en negende slachtoffer waren Alfons Van Ruysseveldt en zijn kleindochtertje Joséke Breugelmans, amper vier jaar oud. Ze bewoonden een klein huisje naast de beenhouwerij Vlaeminck. Alfons was de enige overlevende die onder de brokstukken werd gevonden maar hij overleed drie dagen later aan de zware verwondingen. Angelina Claus was het laatste slachtoffer. Zij woonde met haar gezin in Antwerpen, maar uit schrik voor de daar gevallen V1 bommen, verbleef zij bij haar vader in Het Patronaat, waar ze dacht veel veiliger te zijn dan in de stad. Helaas kwam zij naar hier om te sterven.

‘Zouden wij met al dat verdriet en het leed van de tien slachtoffers mogen spreken dat het allemaal nog veel erger had kunnen zijn? Een moorddadig tuig met duizend kilo springstof aan boord, zoals een V2-raket, had nog veel meer slachtoffers kunnen maken. Door bijvoorbeeld op een plaats neer te komen waar veel mensen samen waren. Zo waren er op die bewuste namiddag gelukkig geen klanten in het café van het Gildenhuis. Het huisje met huisnummer 7, waarin Alfons Van Ruysseveldt met zijn kleindochter de dood vonden was een laag gebouwtje, gelegen op een kleine twintig meter van de bominslag. Buiten de twee dodelijke slachtoffers werden hier nog vier personen gewond. Vooral het tienjarig broertje van Joséke was er erg aan toe, hij werd met vele snijwonden door glasscherven in allerijl naar de kliniek van Temse overgebracht. Het gezin Van Ruysseveldt werd bij deze bomaanslag dus het zwaarst getroffen. In de vier bewoonde huisjes op de koer, achter Het Patronaat, op amper vijftien meter van de inslag, werden gelukkig alleen gekwetsten aangetroffen.’

Met dank aan Dimitri Van Laere