Afgelopen zomer sprak ik met Rudi Vranckx en zijn VRT-ploeg af in de Franse Meuse-Argonnestreek. Samen met mijn broer (klik voor meer info), een voorraad mondmaskers en handgelletjes en mijn boek Het elfde uur, vertrok ik in de vroege ochtend van 3 juli. Een drie uur later rijden we Romagne-sous-Monfaucon binnen. Vlak naast het kleine dorpje, ligt de grootste Amerikaanse militaire begraafplaats in Europa: Meuse-Argonne American Cemetery. Er is niemand. Corona houdt ook de meeste herdenkende familieleden en toeristen thuis. Na een paar minuten zien we een grote campingbus het terrein oprijden. Rudi Vranckx stapt uit. En daar staan we dan, op enkele meters van elkaar, elkaar groetend op afstand, ten midden van duizenden witte kruisjes. Het resultaat van ons lange gesprek kan je vanaf vanavond bekijken in het nieuwe programma Een zomer als geen andere (herbekijken via deze link) en lezen in het gelijknamige boek (nu overal verkrijgbaar!).

Op weg naar Frankrijk met als gidsen deze foto en mijn boek Het elfde uur.

Ik leg Rudi uit waar we staan. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werden meer dan 14.000 lichamen van gesneuvelde Amerikanen naar hier gebracht. De meesten kwamen om tijdens het geallieerde bevrijdingsoffensief van eind september 1918 tot de wapenstilstand .  Hier geschiedde een ultieme strijd om al de door oorlog verwoeste streek van Verdun. Zowel aan de Duitse als de Amerikaanse kant vielen vele duizenden doden (+28000 en +26000). De strijd bleef voortrazen tot 11 uur, 11 november 1918. In deze streek viel zelfs de laatste gesneuvelde: Henry Gunther (lees via deze link het blogbericht over de laatste WO1-doden).

Twee uur lang dwalen we rond langs de onmetelijke velden vol witte kruisjes. Je zou denken dat de mannen die hier liggen zijn gestorven door kogels en granaten. Maar voor een groot deel van hen was dit niet zo. Zij bliezen zo’n honderd jaar geleden hun laatste adem uit in een veldhospitaal, nadat ze geveld waren door de Spaanse griep (klik voor meer info over de dodelijkste pandemie uit onze geschiedenis). Van de naar schatting 116.000 Amerikaanse doden tijdens de Eerste Wereldoorlog, stierven er zo’n 57.000 door ziekte, van wie het merendeel (ongeveer 45.000) door de Spaanse griep.

Ik neem Rudi mee naar het graf 34 op rij 38 van Plot C. Het is even zoeken, we hadden niet helemaal juist geteld, maar dan staan we voor het witte kruisje van Cleveland Hicks. Hij sneuvelde op 4 november 1918, exact één week voor de wapenstilstand. Maar hij stierf niet aan het front, hij was niet eens gewond.

Cleveland Hicks werd geboren op 8 juli 1894 en groeide op in Indiana. Hij verloor zijn vader op jonge leeftijd. Hij zou meubelmaker worden, maar toen brak de oorlog uit. Nadat in de lente van 1917 de VS betrokken raakten bij de strijd in de Europa werden jongens zoals hij opgeroepen. Een jaar lang bleef hij buiten schot. Maar op 25 juni 1918 moest hij zich melden in de kazerne. Of hij vrijwillig dienst deed of zoals velen opgeroepen werd, is niet helemaal duidelijk. Terwijl hij zijn training kreeg, verspreidde de Spaanse griep zich in Europa. Op 1 september 1918 verliet Cleveland Hicks de VS en waarschijnlijk meerde hij aan in Brest. Tegelijk met hem arriveerden andere militairen in de Franse havenstad en zij brachten het gemuteerde griepvirus mee. Tegen het einde van de maand had de Spaanse griep zich opnieuw over Europa (een tweede golf, zeg maar) verspreid. Tijdens de weken die volgden zouden er honderdduizenden sterven.

Toen ook Cleveland Hicks ziek werd, kwam hij in het grote veldhospitaal van Bazoilles-sur-Meuse terecht. Hoe het voor hem was, kunnen we alleen maar reconstrueren aan de hand van andere getuigenissen. Die verhalen vond ik terug in het boek van Peter Wever: A U.S. Army Medical Base in World War I France: Life and Care at Bazoilles-sur-Meuse, p. 69-78. Hieronder lees je enkele vrij vertaalde fragmenten.

Mijn hart gaat uit naar een brancardier van onze hospitaaltrein. Hij was gevallen terwijl hij een gewonde patiënt droeg en werd naar onze zaal gebracht. Hij had dag en nacht in de koude en regen gezwoegd, tot hij compleet instortte door een longontsteking. Hij ijlde, dacht dat ik zijn mama was en hij bleef maar herhalen dat niemand aan de brancardiers dacht. Enkele uren nadat hij was binnengebracht, maakte hij het uiterste offer voor zijn land.

Dagboek verpleegster Sarah Sand

Minstens 6000 grieppatiënten kwamen in de groep hospitalen terecht waartoe Bazoilles behoorde. Van hen stierven er 414, wat de griep de grootste moordenaar maakte die herfst. Onder het verzorgende personeel vielen zeker zeven doden.

Een van onze verpleegster, miss Ima Ledford, een knap meisje uit Washington met donkerkleurige ogen, liep een longontsteking op en stierf. Ze was amper drie dagen ziek en iedereen voelde zich zo slecht omdat ze zo geliefd was. De ‘boys’ bouwden een kist van houtresten waarin ze in haar uniform gelegd werd op een bed van herfstbladeren.

Dagboek verpleegster Louise Kalkman
Een Amerikaans veldhospitaal in Frankrijk, © Library of Congress, zie ook deze website.

21 november: Ik heb een hoge koorts en voel me zeer stoer.

22 november: Ik kan nog amper rechtzitten.

23 november: Ik ben genoodzaakt in bed te blijven, in het hutje dat we met verzameld hout hebben gebouwd.

24 november: De ‘medics’ zeggen dat ik influenza heb. Een ambulance brengt me naar het hospitaal.

28 november: Afgelopen vier dagen was ik ijlend en kon ik onmogelijk schrijven. Vandaag is het Thanksgiving, maar jammer genoeg ben ik te ziek om de geserveerde kalkoen te eten.

30 november: Mijn vijfentwintigste verjaardag.

26 december: Ik mag Bazoilles verlaten.

Dagboek soldaat Charles L. Wells, 30th Division
Een verpleegster bij een zieke Amerikaanse militair. © Library of Congress, zie ook deze website.

Cleveland Hicks lag maar enkele dagen op in de ziekenzaal voor de griepslachtoffers. In de vroege ochtend van 4 november 1918 stierf hij, zo’n 4000 km van huis.

Hij werd voorlopig begraven nabij het hospitaal. Na de oorlog werd zijn lichaam overgeplaatst naar het grote Meuse-Argonne Cemetery, waar de meeste slachtoffers die in de streek vielen verzameld werden. Zijn alleenstaande moeder kreeg een persoonlijke, patriottistische brief van iemand van het Rode Kruis.

U heeft ongetwijfeld het telegram ontvangen over de dood van uw zoon in het hospitaal hier. Ik weet dat er veel vragen rijzen gedurende deze donkere dagen en ik zou er enkele willen beantwoorden. Jouw jongen belandde hier omdat hij leed onder een zware aanval van influenza. De griep evolueerde naar een longontsteking en ondanks de goede zorgen van de verpleegsters en dokters, stierf hij om 6.40 uur op 4 november. Het is zwaar dat een dierbare zo ver van huis overlijdt. Je blijft overpeinzen hoe hij verzorgd werd en wie hem troostte. Voor mij is het een troost dat ik je kan verzekeren dat geen jongen ooit een bekwamere behandeling kreeg. En de verpleegsters en dokters, net als al de rest van ons, hielden van deze jongens en gaven hem al wat mogelijk was en wat ze nodig hadden.

Jouw zoon kreeg een militaire begrafenis. Zijn kist was bedekt met de vlag waarvan hij hield en waarvoor hij zijn leven gaf. Zes van zijn kameraden droegen hem weg. Aan het graf werd de dienst geleid door de aalmoezenier die hem bijstond op zijn ziekbed. Alle soldaten stonden in houding rond het graf. Ze lieten de kist in de grond terwijl de klaroenblazer speelde. Een klein kruisje met zijn naam erop werd geplaatst en toen lieten we hem rusten. Er is geen meer geschikte plaats voor een soldaat om te slapen dan in deze vriendelijke Franse vallei, tussen hen die met hem gevochten hebben voor onze vrijheid.

De begraafplaats ligt op de zonnige helling van een rustige heuvel. Boven op de heuvel is een bos, waar de herfst de boombladeren bruin en goud gekleurd heeft. Aan de voet van de heuvel zijn enkele groene perkjes, die onderhouden worden door kleine kinderen. Deze kindjes houden van onze dappere jongens. Telkens we passeren met iemand die zijn leven heeft gegeven, staan ze in houding en nemen hun hoofddeksel af. En helemaal beneden in de vallei is er de Maasrivier, die slingert tussen de bomen. Overal groeien wilde bloemen zoals klaprozen.

de brief aan moeder Cleveland Hicks

Enkele dagen na de opnames contacteerde Rudi me opnieuw. Of ik nog iemand kende die Dachau had meegemaakt? Via Hilde Vivijs vond ik René Vanhuffel, overlevende van de Duitse repressie en de kampen. Zijn volledige verhaal volgt nog later dit jaar op deze blog!

Volg mij op Instagram om op de hoogte te blijven:

2 gedachten over “Het verhaal van Cleveland Hicks en de Spaanse griep (hoe ik het aan Rudi Vranckx vertelde)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s