En dan plots verschijnt mijn zevende boek, al ben ik ditmaal niet de hoofdverteller. Dat is Louis Boeckmans. Deze 95-jarige uit Tessenderlo vertelde mij begin 2019 zijn verhaal. De vele uren opnames vulde ik aan met wat hij een jaar eerder zelf opschreef en wat zijn lotgenoten hebben nagelaten. Het resultaat is een boek waarin Louis in de ik-persoon getuigt over wat hij meemaakte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na elk hoofdstuk neem ik steeds kort het woord om historische duiding te geven. In deze blog vertel ik waarom ik dit boek samen met een van onze laatste kampgetuigen schreef.

Hoe ik Louis Boeckmans leerde kennen

Eind 2018 krijg ik telefoon van mijn uitgever. Twee weken eerder hebben we het succes van Het elfde uur gevierd en afgesproken om het komende jaar rustig na te denken over een nieuw boekproject. Na tien jaar hard werken mag dat wel. ‘Ken je Louis Boeckmans?’ vraagt hij. Ik moet even nadenken, de naam zegt mij iets… heb ik niet een artikel gelezen over zijn getuigenissen in scholen als voorbereiding van mijn project Zo was onze oorlog? Mijn uitgever legt uit dat Louis zijn verhaal een jaar eerder had opgetekend en dat hij overweegt om zijn oorlogsgetuigenis als boek uit te geven. Wat ik daarvan denk? Ik voel de bui al hangen, maar ik voel ook al iets kriebelen. Louis is een van de laatste getuigen van onder meer Breendonk en Buchenwald. Of ik iemand ken die dat aangrijpende verhaal zou kunnen optekenen… ‘Vraag maar gewoon, Geert’, zeg ik mijn uitgever. Even is het stil aan de andere kant. ‘Zou jij het zien zitten om zijn verhaal op te tekenen?’ probeert hij. ‘Of toch tenminste met mij naar hem toegaan?’ Uiteraard zeg ik ja…

Op 3 januari 2019 rij ik samen met Geert naar Laakdal. Onderweg ontdekken we dat Louis in mijn boek Elke dag angst staat. Dus daarom dat die naam mij zo bekend klonk! Hij was na Buchenwald in het kamp Blankenburg terechtgekomen, wat een bijkamp was van Dora, het onderaardse concentratiekamp waar de V-bommen werden gefabriceerd.

We komen aan en bellen eerst aan bij de kleindochter Lydia, die meteen met ons de straat oversteekt. Aan het poortje naast het huis van Louis – door het raam kan ik hem al in de living zien staan – waarschuwt ze ons voor de hond: ‘Hij mag niet ontsnappen. Het is een vriendelijk beestje maar hij luistert langs geen kanten.’ We gaan naar binnen en we stellen ons voor.  Louis krijgt Elke dag angst en vraagt meteen wat zijn schuld is (niets uiteraard). Ik vertel hem dat hij er in staat. We zetten ons aan tafel, waar een voorraad aan chocolaatjes klaar staat. De hond Bobby legt zich in de zetel.

Meteen steekt Louis van wal. Hij vertelt over zijn jeugd Tessenderlo en de zware chemieramp van 1942, over Breendonk, Buchenwald en vooral Blankenburg, over zijn voettocht als CRAB in mei ’40 en over het bombardement op Oostende bij zijn terugkeer, en dan over de dodenmarsen, over het binnenschip waar ze met honderden op elkaar gepakt zaten, over de mannen die werden doodgeschoten toen ze niet meer mee konden, over zijn poging om van een Russische medegevangene gekregen beet te smokkelen tot in de schuur waar ze na de dodenmars waren terechtgekomen. Hoe hij betrapt werd met de biet in zijn kleding en hoe een SS’er met zijn schoen op zijn kaak stond terwijl een kapo 25 zweepslagen toediende, hoe hij daarna tyfus kreeg… tot in Zweden, het herstel, nog 38 kilo wegen – elke dag een kilo erbij. Hij toont me de brieven die hij en zijn latere echtgenote naar elkaar stuurden kort na zijn bevrijding. Zijn verhaal is duizelingwekkend. Maar hij vertelt het alsof de verschrikking iemand anders overkwam…

De ene na de andere foto wordt op de chocolaatjes gelegd om door te geven aan de andere kant van de tafel. Louis is een trotse man en dat mag hij ook zijn. In zijn ogen zie ik tegelijk de levenslust als het verdriet door de moeilijke oorlogsherinneringen en het gemis van zijn recent overleden vrouw. Hij geeft me een kopie van zijn een jaar geleden handgeschreven tekst, met zijn verhaal, waar hij nu en dan extra herinneringen aan toevoegt. Hij vraagt een pen aan zijn kleindochter  en hij schrijft er nog iets bij voor hij het bundeltje aan mij geeft. Hij vertelt over zijn spreekbeurten in scholen en toont in zijn agenda de vele scholen die hij bezoekt: telkens een tweetal uur getuigen, met de speeltijd als pauze. 

Ik kijk naar Geert en knik ja. Dit verhaal wil ik optekenen. Liefst zo snel mogelijk, nu het nog kan. We spreken meteen af: binnen twee weken zien we elkaar terug om een volledige dag te praten. Dezelfde avond begin ik me te verdiepen in zijn bijzondere oorlogsgeschiedenis.

Het gesprek

Onze tweede ontmoeting wordt tot tweemaal toe uitgesteld. Eerst ben ik snipverkouden, dan wordt Louis ziek. Het is zelfs even spannend want de dokter vreest een longontsteking… Op 22 januari 2019, de eerste sneeuwdag, komen we dan eindelijk samen. Op tafel liggen opnieuw allerlei paperassen, foto’s en een stapel interessante boeken. Maar ik kom toch vooral om te luisteren naar alle mogelijke details die Louis zich nog herinnert. 

Voor we eraan beginnen, delen we een ontbijt met pistolets. Ik voel dat Louis geniet van ons moment samen. Hij zit te popelen om te beginnen. Dus we dralen niet langer. Met nog een extra kop koffie installeert Louis zich in zijn  zetel. Ik neem plaats tegenover hem op een stoel aan tafel. De dictafoon gaat aan en de camera van de iPad loopt. Ik stel mijn eerste vraag aan Louis en hij steekt van wal.

Af en toe blaft Bobby, alsof hij zich met ons gesprek wil moeien. Geregeld springt Louis’ trouwe vriend springt bij hem op schoot of wringt hij zich tussen de leuning en de rug van zijn baasje. Het stoort ons niet. Ik vraag Louis waarom hij zijn verhaal zo lang heeft verzwegen. Zelfs aan zijn eigen kinderen repte hij er amper met een woord over. Vandaag vertelt Louis echter honderduit. Tegen het einde van de dag heb ik meer dan vijf uur opnames, die de basis zullen vormen van ons boek.

Het schrijven

Doordat Louis’ oorlogsgeschiedenis in mijn vorige boeken uitgebreid aan bod komt, verloopt het schrijven vrij vlot. Ik heb het hele gesprek opgenomen op iPad en die tablet staat naast me terwijl ik het boek schrijf. Ik laat Louis stuk voor stuk vertellen. Waar zijn geheugen hem in de steek liet, vul ik aan met getuigenissen van lotgenoten en met wat Louis zelf eerder heeft verteld. Ik bel regelmatig met Louis en kleindochter Lydia pendelt heen en weer met na te lezen stukken.

Zo wordt het gesprek de basis van dit boek. In twaalf chronologische hoofdstukken vertelt Louis hoe hij de Tweede Wereldoorlog meemaakte. Na elk hoofdstuk neem ik als historicus even het woord van Louis over. Ik probeer zijn verhaal in de grote en kleine geschiedenis te passen. Een diepgravende geschiedschrijving hoeft dit niet zijn, het is het verhaal van Louis. Voor lezers die nog meer details willen, staat achteraan in dit boek een bibliografie met verwijzingen naar uitgebreidere studies. De grootste meerwaarde van Louis’ verhaal is dat het een menselijk beeld geeft van de verschrikking die de slachtoffers van de kampen moesten ondergaan. Dat blijkt meteen als Louis vertelt over Dirk Sevens, die hij in Breendonk heeft zien sterven.

Het boek

Overhandigen van het eerste exemplaar!

Op amper twee maanden tijd slaag ik erin om het verhaal van Louis op te tekenen. Dat lijkt snel, maar eigenlijk was het boek er al in zijn hoofd. Op 24 april 2019 ga ik naar Laakdal om samen met de uitgever plechtig het eerste exemplaar  te overhandigen. We hebben taart mee. In de woonkamer zit de hele familie verzameld. Op tafel staan de koffie en de chocolaatjes alweer klaar. Bobby blaft vrolijk. Louis zegt dat het hondje me al kent. Hij staat op en geeft me een stevig hand terwijl ik met mijn vrije hand het boek aan hem geef.

Dat eerste exemplaar signeer ik voor Louis. Ik schrijf op de eerste bladzijde hoe vereerd ik ben dat ik zijn verhaal mocht optekenen en dat het nog een grotere eer was om hem te leren kennen. En dat meen ik. Ik onderteken met ‘je vriend Pieter’. Ongelofelijk hoe op zo’n korte tijd zo’n warme band is ontstaan. Dank je, Louis. Ik hoop dat heel veel mensen ons boek gaan lezen.

Waarom heb ik de oorlogsgetuigenis van Louis Boeckmans nu opgetekend? Ten eerste omdat hij een van de laatste getuigen van de kampen is. Het is de laatste kans om uit eerste hand te horen welke verschrikking zich afspeelde in Breendonk, Buchenwald en de werkkampen van Dora. Bovendien wil ik met deze publicatie andere laatste getuigen aanmoedigen om ook hun verhaal te laten optekenen. Ten tweede wil ik meer aandacht voor de geschiedenis van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze bijzondere verhalen leren ons veel over het complexe oorlogsverleden van ons land en inspireren ons om vandaag op een andere manier met elkaar om te gaan. Ik hoop dat er bovendien meer financiële middelen komen voor nog meer onderzoek en ondersteuning in de archieven en herdenkingsplaatsen zoals het Fort van Breendonk.

Tijdens het interview door Marnix Verplancke van De Morgen.

Ten slotte heb ik het verhaal van Louis opgetekend omdat hij zo’n prachtige mens is. Louis toont zich niet wraakzuchtig en probeert zelfs de mensen die hem hebben verklikt te begrijpen. De laatste jaren is er steeds meer polarisatie in onze samenleving. Misschien kunnen we wel iets leren van deze 95-jarige getuige. Louis toont ons waarom het zo belangrijk is om met elkaar te praten in plaats van het conflict op te zoeken, de verschillen te overbruggen in plaats van ze te benadrukken en te beseffen dat de meesten het goede voorhebben met hun medemensen.

Louis in De Morgen.
Louis in Het Nieuwsblad.

6 gedachten over “Waarom ik de oorlogsgetuigenis van Louis Boeckmans optekende

  1. Pieter ik ga uw boek kopen binnen weken als ‘k terug ben uit verlof heb reeds een 4 tal boeken van uw en zeggen dat ik 50 jaar geleden een buis had in geschiedenis – wij mogen ons 2 pollekes kussen dat we zo’n gruwel niet meegemaakt hebben

  2. Getuigenis.
    De chemieramp, nu 75 jaar geleden, te Tessenderlo, wordt vernoemd door Louis Boeckmans. Dit roept bij mij de volgende herinnering op; Ik zat op die dag in de klas van de lagere openbare school aan de Schriekstraat in Mariaburg. We werden opgeschrikt door een enorme knal die enkele ruiten deed breken. Later bleek het de ontploffing in Tessenderlo geweest te zijn. Dit toont aan hoe, gezien de afstand, enorm de klap was. Later is Texas City min of meer van de kaart geveegd door een gelijkaardige ontploffing.

  3. Ik heb het boek 14 dagen geleden gekregen en in 3 etappes uitgelezen, ik moest telkens alles laten bezinken. Ik ben zelf 2 keer in Breendonk en 1 keer in Buchenwald geweest en kon bij het buitenkomen van die kampen de eerste uren geen woord gezegd krijgen. Bij het lezen van dit boek heb ik mij in gedachten verplaatst naar die verschrikkelijke oorden dat maakte het voor mij nog veel zwaarder. Jozef Reynders die bij Louis was in dezelfde kampen was heb ik als jonge man nog gekend maar nooit geweten dat ook hij in deze gruwel was terecht gekomen. Ik vind het enorm moedig hoe Louis zijn verhaal nog altijd aan de wereld verteld.

Laat een reactie achter op Christiaan Van Herwegen Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s